Historie van het Archief

Portret Cornelis Willem BruinvisOp 15 februari 1900 werd de eerste Alkmaarse gemeentearchivaris benoemd: Cornelis Willem Bruinvis. Daarmee werd de basis gelegd voor wat nu het Regionaal Archief Alkmaar is. Een organisatie met ruim twintig medewerkers die onder andere de archieven van particulieren, bedrijven, waterschappen en negen gemeenten beheert.

De eerste 'archieven'

De benoeming van Bruinvis als eerste echte gemeentearchivaris betekende niet dat voor die tijd geen zorg aan het archief werd besteed. Van het oudste stadsarchief is jammer genoeg weinig bewaard gebleven. Een getuigenverklaring uit 1559 verhaalt over een plundertocht in 1517, waarbij onder meer de oudste keurboeken verloren gingen en de burgemeesterskamer vol verscheurd papier lag. In 1665 besluit het stadsbestuur een inventaris van het stadsarchief te laten maken en in 1811 doet men dat opnieuw. 

Museum en archief

Ook de in 1861 opgerichte ontzetvereniging draagt bij aan het levend houden van de plaatselijke geschiedenis. Onder de vlag van die vereniging wordt in 1875 een museum geopend achter het stadhuis aan de Breedstraat. In de commissie van toezicht voor dit museum neemt onder andere zitting de heer C.W. Bruinvis, die in praktijk de dagelijkse leiding op zich neemt. Achteraf blijkt de commissie van toezicht zich ook bezig te houden met het beheer van het Gemeentearchief. De benoeming van Bruinvis tot gemeentearchivaris en conservator is daarom nauwelijks verrassend te noemen. Het verklaart ook de combinatie van Gemeentearchief en Stedelijk Museum, die tot 1968 gehandhaafd bleef.

Huisvesting en groei

Vanaf 1895 was het gemeentelijk archief ondergebracht in de oostelijke vleugel van het stadhuis, later wordt het naastgelegen Moriaanshoofd het onderkomen van de archiefdienst. Voortdurende gebreken aan de archiefbewaarplaats leiden er toe dat in 1966 een nieuw gebouw wordt betrokken aan de Oudegracht. Op dat moment worden ook archief en Stedelijk Museum van elkaar gescheiden.

Gemeentelijke grenswijzigingen in de jaren ‘70 maken dat het Gemeentearchief wordt gevraagd de archieven van enkele naburige gemeenten in beheer te nemen. In 1972 werden de archieven van de voormalige gemeenten Koedijk en Oudorp bij de Alkmaarse archieven gevoegd. Dit gegeven markeert de geleidelijke omvorming van gemeente- tot regionaal archief. Archivaris Fasel en zijn opvolger archivaris Valk zagen mogelijkheden voor meer regionale samenwerking. In de jaren ’80 ontwikkelde een samenwerkingsverband van zes gemeenten (Alkmaar, Bergen, Egmond, Graft-De Rijp, Heiloo en Langedijk) vervolgens de plannen voor een Regionaal Archief.

Voor het groeiende en steeds regionalere archief bleek de huisvesting aan de Oudegracht al snel te krap te worden. In 1992 wordt uiteindelijk een nieuw gebouw aan de Hertog Aalbrechtweg in Alkmaar betrokken. Het Gemeentearchief is dan ook officieel Regionaal Archief geworden. 

Het archief van de 21ste eeuw

Twintig jaar na de verhuizing naar de Hertog Aalbrechtweg was in 2010 het Archief weer toe aan een verhuizing. Door de groei van archiefmateriaal en door de vele nieuwe eisen voor opslag was een nieuw depot nodig. Het Archief verhuisde naar de voormalige Ambachtsschool aan de Bergerweg in Alkmaar. Hier deelt men nu het gebouw met o.a. de archeologische dienst van de gemeente Alkmaar en de Kunstuitleen.

125 jaar archiefdienst

In 2000 verscheen in Oud Alkmaar, het tijdschrift van de Historische Vereniging Alkmaar, een artikel over 100 jaar archiefdienst. Vijfentwintig jaar later verscheen in de eerste Oud Alkmaar van 2025 er een artikel van Paul Post over 'Archief 125 jaar: van gemeentearchief naar Regionaal Archief Alkmaar'. Hetzelfde jaar verscheen het blog '125 jaar archief: van vochtige opslag naar modern depot' door Loes Ekhart.