Een plek onder de zon

Op 12 september 1989 had Castricum een bijzondere primeur. In de wijk Albert’s Hoeve werd op die dag het Zonnehuis onthuld: de eerste woning in Nederland op zonne-energie die volledig was losgekoppeld van het openbare stroomnet. Een terugblik op de totstandkoming van het Zonnehuis laat zien hoe opvallend actueel de uitdagingen en doelstellingen van toen nog altijd zijn.

Het Zonnehuis was een initiatief van het toenmalige Provinciaal Bureau Energiebesparing (PBE) van de provincie Noord-Holland, dat met dit project wilde aantonen dat een gewoon rijtjeshuis met slimme techniek op een zelfstandig zonne-energiesysteem kon draaien.

De aanloop naar het Zonnehuis is terug te voeren tot de jaren zeventig, toen milieubewustzijn stevig op de politieke agenda kwam te staan. Grote aanjager was de Club van Rome, een internationale groep wetenschappers en ondernemers die in 1972 het rapport Grenzen aan de groei uitbracht. De boodschap van het rapport was alarmerend: als de mens zijn gedrag niet zou veranderen, dreigde uitputting van de planeet. Het rapport veroorzaakte veel internationale opschudding. Toen een jaar later de oliecrisis uitbrak en de westerse wereld werd getroffen door een olieboycot, kwam de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen opnieuw volop ter discussie te staan.

In Nederland werd al snel met duurzaamheid en alternatieve energie geëxperimenteerd. In 1973 startte wetenschapsjournalist Sietz Leeflang in Boxtel het project De Kleine Aarde: een terrein waar ondernemers en bewoners op kleinschalige en wetenschappelijk onderbouwde wijze experimenteerden met duurzame energie en biologische landbouw. Op het terrein van De Kleine Aarde verrees het Kringloophuis: een compacte, bolvormige woning die dankzij duurzame technieken zoals een windmolen en zonnecollectoren volledig zelfvoorzienend was.

Duurzaam bouwen

In Castricum raakte Evert Sjoerdsma, destijds werkzaam bij het Provinciaal Elektriciteitsbedrijf Noord-Holland (PEN), geïnspireerd door De Kleine Aarde. Hij startte op eigen initiatief met het bouwen van zonneboilers en schreef er de zelfbouwbrochure ‘Vang de Zon’ bij, waarvan hij maar liefst 16.000 exemplaren verkocht. De opbrengst daarvan gebruikte hij voor de oprichting van de Organisatie voor Duurzame Energie (ODE).

 
Bolwoning op het terrein van de Kleine Aarde. Foto van Fotopersbureau Het Zuiden, collectie BHIC, nr. 1901-003024

In 1979 trad Sjoerdsma in dienst bij het net opgerichte Provinciaal Bureau Energiebesparing. Er brak een periode aan waarin de kennis over duurzaamheid van wetenschappers en pioniers haar weg vond naar beleidsmakers en adviesorganen. Duurzame energie werd op bestuurlijk niveau in kaart gebracht om redenen die nu nog steeds actueel zijn: naast de grote zorgen over het milieu stegen de gaskosten aanzienlijk, terwijl de inkomens van huishoudens achterbleven.

Bovendien stond de woningbouwsector voor grote uitdagingen door hoge woningnood. En juist de benodigde nieuwbouw bood potentie: met slimme ontwerpen konden toekomstige bewoners besparen op hun stookkosten. Bijvoorbeeld met passieve zonne-energie (PZE)-woningen, die dankzij goede isolatie en grote raampartijen op het zuiden optimaal konden profiteren van de zon. Begin jaren tachtig verrezen in onder meer Amsterdam, Rotterdam, Schiedam en Dronten de eerste cv-loze woningen van architectenbureau Kristinsson uit Deventer. Dankzij muurisolatie, isolerende luiken, een warmtewisselaar en een optimale ligging ten opzichte van de zon konden deze woningen in de winter maximaal profiteren van zonnewarmte, en bleven ze in de zomer juist koel.

Bij het Provinciaal Bureau Energiebesparing groeide het idee om een stap verder te gaan, door een woning met zonnepanelen volledig los te koppelen van het stroomnet. Sjoerdsma speelde als een van de initiatiefnemers een sleutelrol in de totstandkoming van dit ambitieuze Zonnehuis. Hij besloot om zelf met zijn gezin in het experimentele huis te gaan wonen.

De opening van het Zonnehuis op 12 september 1989. Fotograaf onbekend.

Vernieuwend ontwerp

Het provinciebestuur van Noord-Holland en de gemeente Castricum verleenden hun medewerking aan het Zonnehuis en wezen een locatie aan in het nieuwbouwproject Albert’s Hoeve. De architect van het project paste het ontwerp op enkele punten aan: een royaal dak op het zuiden, extra isolatie en extra glas aan de zuidelijke zijde. Het Zonnehuis kreeg steun van onder meer het Provinciaal Elektriciteitsbedrijf Noord-Holland en het Gasbedrijf Beverwijk en Omstreken (GBO).

Bewoner Evert Sjoerdsma bij de oorspronkelijke technische installatie in de presentatieruimte van het Zonnehuis. Fotograaf onbekend. Deze installatie is inmiddels vervangen door een modernere installatie en overgebracht naar de Studieverzameling Faculteit Elektrotechniek aan de TU Delft.

Het Zonnehuis leek bij de oplevering in 1989 op het eerste gezicht op een standaard eengezinswoning. Aan de achterkant van de woning werd het bijzondere karakter pas echt zichtbaar: het dak lag vol met maar liefst 64 zonnepanelen. De opgewekte stroom werd opgeslagen in een accubatterij. Was er te weinig zon, dan sprong een aggregaat op gas bij. Huishoudelijke apparaten werden aangepast aan de beschikbare energie: zo schakelde de koelkast automatisch tussen zonnestroom en gas, en ook de warmwatervoorziening was flexibel. Op die manier werd het energieverbruik nauwkeurig afgestemd op de beschikbaarheid van zonne-energie.

Primeur

Op 12 september 1989 werd het Zonnehuis feestelijk geopend door Prins Claus, onder grote aandacht van de lokale en landelijke media. In een aparte aanbouw aan het huis konden bezoekers in een presentatieruimte de technische installatie van dichtbij bekijken. In de eerste tien jaar trok het Zonnehuis 2500 bezoekers uit alle delen van de wereld – met name uit landen met een zwak stroomnet. Het Zonnehuis werd daarmee een internationale inspiratiebron. Maar bovenal ook: een volwaardige en comfortabele woning. Enkele weken na de opening bewees het huis al zijn waarde: toen de stroom in Castricum uitviel, brandde in het Zonnehuis nog licht.

Prins Claus bij de opening van het Zonnehuis in Castricum. Fotograaf onbekend. Naast het bord voor de opening van het Zonnehuis is een kunstobject van glaskunstenaar Sybren Valkema te zien, dat speciaal voor het Zonnehuis is vervaardigd.

Vandaag de dag woont het echtpaar Sjoerdsma nog altijd naar volle tevredenheid in het Zonnehuis. De oorspronkelijke installatie heeft 28 jaar lang storingvrij gewerkt en is pas vervangen toen de zonnepanelen aan het einde van hun levensduur kwamen. Wat begon als een gewaagd experiment, bleek niet alleen een comfortabele woning, maar ook een belangrijke voorloper in de bredere toepassing van zonnepanelen in de woningbouw – zoals in de Stad van de Zon in Heerhugowaard, de eerste emissie-neutrale woonwijk ter wereld.

Het Zonnehuis in de jaren '90. Fotograaf: R. Groeneveldt (PBE).

De geschiedenis van het Zonnehuis laat zien hoe visionair het project was en nog steeds is. Pas vanaf 2010 zijn zonnepanelen een gangbaar verschijnsel geworden in het straatbeeld, dankzij lagere kosten en subsidies. Die steun staat tegenwoordig opnieuw onder druk. Misschien kan juist de experimentele pioniersmentaliteit van de jaren zeventig en tachtig opnieuw een inspiratie zijn voor de toekomst.

Door Frederiek ten Broeke
Regionaal Archief Alkmaar
Met dank aan Evert Sjoerdsma

Modeltekening van het Zonnehuis met bijbehorende presentatieruimte. Afkomstig uit de uitgave "Zonnehuis Castricum" van de Provincie Noord-Holland.

test