Ook in het archief wordt geregeld gelachen
Moos: “Kastelein, gauw een borrel, voor het gedonder begint!”
Hij krijgt een borrel.
Moos: “Kastelein, nog een borrel, voor het gedonder begint!”
Kastelein: “Welk gedonder bedoelt U toch?”
Moos: “Dat gaat nu beginnen…. Ik heb geen geld bij me!”
Er is maar weinig meer aangenaam dan – volgend op het prettig ontwaken na een goede nachtrust, het nuttigen van een gezond ontbijtje met wat fruit, zuivel en koffie gedurende een opwekkend vrolijk operette-deuntje uit de radio en een voorzichtig herfstzonnetje door het raamkozijn – de dag te beginnen met het lezen van een goede mop. Vandaar bovenstaand grapje, dat afkomstig is uit het bundeltje ‘Moppen-regen, 500 moppen. Origineel, Beschaafd, Geestig’ verzameld door Arivi voor de Nederlandse Revue-Centrale, Alkmaar. Het bevindt zich in de bibliotheek van het Regionaal Archief Alkmaar. Vol met keurige jaren vijftig-humor voor grappenmakers op het toneel of tussen de schuifdeuren thuis tijdens een verjaardagsfeestje.
Wetenschappelijk onderzoek
Dat lachen ook écht gezond is, wordt door talloze wetenschappelijke studies keihard bewezen. De productie van bepaalde ‘geluksstofjes’ in de hersenen wordt door lachen gestimuleerd. Spanning wordt er minder door, pijn wordt gestild. In groepsverband zorgt het voor ontwapening en geeft het vrolijk aan dat men elkaar sympathiek vindt. En misschien is het allermooiste van lachen wel, dat het aanstekelijk werkt en weldegelijk besmettelijk is; wanneer één persoon begint te lachen, dan is de kans groot dat andere mensen ook gaan lachen.
Naast het moppenbundeltje van de Revue-Centrale bevinden zich ook wat meer serieuze studies naar humor in de archiefbibliotheek. Bijvoorbeeld het boeiende ‘Lachen in de Gouden Eeuw’ uit 1997 door Rudolph Dekker, waarin over de geschiedenis van de Nederlandse humor wordt geschreven: “In de Gouden Eeuw had de Nederlandse vrolijkheid een reputatie tot over de grens.”
Humor en bezetting
Een ander interessant werkje in de collectie is het bijzondere boek ‘Wie het laatst lacht. Lach-bombardement in één verkenning, vijf aanvalsgolven en een apotheose’ uit 1946 door Rido en J.F. Doeve. Het bevat een bonte verzameling van de tijdens de Duitse bezetting van Nederland vertelde moppen en woordspelingen die “vreugde bracht aan – en weerklank vond bij – de nimmer wanhopende vaderlanders-van-goede-wille.” Het voorwoord begint meteen al goed: “Kraft durch Schadenfreude”, met trots daaropvolgend, “Een volk, dat juist onder de felste slagen van het noodlot zijn zin voor humor tot volle ontplooiing ziet komen, gaat niet verloren!”. De volgende meer dan honderd pagina’s van viezig oorlogspapier staan vol met honderden, soms heel intelligente, grappen met cartoons. Een vastlegging van een orale verzetscultuur waarmee bijvoorbeeld de volgende mop bewaard is gebleven:
“U is toch al erg populair in Den Haag,” zoo sprak de secretaris Von Lügner tot Rijkscommissaris Seyss. “Is het werkelijk?” vroeg Seyss. “Ehrenwort!” zei Von Lügner. “Ze hebben al twee straten naar u genoemd: de Korte en de Lange Poten!”
Pietje Bell
De vrijwel gehele collectie jeugd- en kinderboeken van Alkmaars uitgeverij Kluitman ligt eveneens in de depots van het archief. En één van de allergrootste grappenmakers allertijden daarbinnen kennen we natuurlijk allemaal. Dat is Pietje Bell. Geesteskind van de grappige Chris van Abcoude. Wie heeft er niet op tienjarige leeftijd in een deuk gelegen bij het lezen van die bijzonder komische verhalen en avonturen van deze goedbedoelende deugniet? Acht verschillende titels zagen het licht en ze waren stuk voor stuk een doorslaand succes. Met als kers op de taart dat sommige grappige verhalen zich afspelen in de ons zo bekende situaties; de Kaasmarkt op het Waagplein!
“Een kwartiertje later hoorden de marktbezoekers vreemde geluiden uit de toren van het Waaggebouw komen. De klok sloeg elf uur, de ruiters in de toren begonnen in het rond te rijden, maar o hemel, wat waren die toegetakeld! Serpentines in allerlei kleuren waren om ruitertjes en paarden geslingerd en terzelfder tijd kwam er een rode gloed met veel rook uit de toren. Zonderlinge ontploffingen hadden plaats op het marktterrein. Een dikke meneer hoorde opeens een knal achter zich en sprong verschrikt opzij, een ander bommetje op zijn pet, waar het met een luide slag ontplofte. “Brand! Brand in de toren!” schreeuwde een jongen en honderden halzen rekten zich uit. Schrik maakte zich meester van de vemen en de mannen renden de torentrappen op. Boven gekomen vonden ze een alleraardigst jongetje in een wit pakje en met een rood hoedje op dat hun doodleuk vertelde, dat hij Pietje Bell heette en de mensen een beetje aan het opvrolijken was.”
Lachen in het archief
Maar de afdeling bij het archief waar het meest gelachen wordt, is uiteraard de afdeling van het historisch beeldmateriaal. Honderden foto’s met daarop personen geportretteerd die om wat voor reden dan ook moeten lachen, gieren, brullen, glimlachen, proesten, giechelen, grinniken, schateren, ginnegappen, bulken of schaterlachen vullen de opbergdozen op de eindeloze kastplanken. Vandaar dat op deze pagina’s flink wat ruimte is ingeruimd voor dit soort opgewekte plaatjes. Hopelijk werkt het zoals gezegd een beetje aanstekelijk en tovert het bij u minimaal een glimlach rond de lippen bij het bekijken. Een goed begin van deze dag!
Door Jesse van Dijl
Regionaal Archief Alkmaar