In Alkmaar en omstreken creëren de jaarlijkse kermissen al eeuwenlang vrolijke herinneringen. Hoewel de kermis door de jaren heen flink is veranderd, zijn er tegenwoordig toch nog vormen van vermaak die ook in de negentiende eeuw al in trek waren.
In de negentiende eeuw was de jaarlijkse kermis razend populair onder de bevolking van Alkmaar en de omliggende dorpen. Tijdens de kermis werden er vaak spellen gehouden, die wel volksspelen werden genoemd. De volksspelen waren niet een exclusieve aangelegenheid bij een kermis, maar een kermis zonder volksspelen was ondenkbaar. De spellen trokken veel kijkers en de deelnemers hadden kans op het winnen van een mooie prijs. Denk aan bewerkt zilver, een zilveren tabaksdoos of een doosje sigaren. Een aantal van de volksspelen uit de negentiende eeuw wordt vandaag de dag nog steeds gespeeld, terwijl andere in vergetelheid zijn geraakt. Sommige volksspelen zijn nu zelfs verboden.
Veel voorkomende volksspelen waren wedstrijden waarbij deelnemers verschillende hindernissen moesten trotseren. De hindernis was daarbij meestal niet zozeer een obstakel op de weg maar de manier van lopen. Zo was zaklopen een veel voorkomend volksspel in de negentiende eeuw. Deelnemers sprintten in een jutezak naar de eindstreep, waarbij de winnaar een mooi stuk bewerkt zilver in ontvangst mocht nemen. Tegenwoordig is zaklopen nog steeds een nostalgische vorm van vermaak. Wie heeft er niet gebruik gemaakt van de jutezak van Sint en Piet om samen met de familie een zaklooprace te houden?
Mandlopen en boegsprietlopen
Niet elk spel is door de jaren heen zo populair gebleven als zaklopen. In de eerste helft van de negentiende eeuw was mandlopen (‘in de mand loopen’) een geliefd spel. In bijna elke speeltuin stonden wel lange schragen waarop een dikke ronde paal rustte. Aan de ronde balk hing een mand die groot genoeg was voor een persoon om in te staan. Het doel van mandlopen was om van de ene kant naar de andere kant van de paal toe te schuiven of te wippen. Het bleek vaak makkelijker gezegd dan gedaan en veel deelnemers eindigden met hun neuzen in het zand.
Ook evenwichtspellen, zoals boegsprietlopen, waren in trek in de negentiende eeuw. Boegsprietlopen was een spel waarbij de balans en behendigheid van de deelnemers werden getest. De boegspriet werd boven een sloot geplaatst en deelnemers moesten eroverheen lopen om de andere kant van de sloot te behalen. Vermakelijk voor het publiek waren de deelnemers die het einde niet haalden en in het water vielen, waardoor de boegspriet geleidelijk aan natter en gladder werd. Ook nu worden er in Nederland nog steeds wedstrijden boegsprietlopen gehouden.
Zo maakten de negentiende-eeuwse volksspelen het dus vooral de lopers moeilijk. In 1845 organiseerde J. van der Steen in Bergen zelfs een hardloopwedstrijd waarbij de deelnemers moesten hardlopen op stelten. Op stelten lopen bestond al eeuwenlang, maar de combinatie van hardlopen en stelten was uniek.
Wreed spel
Naast zulk vrolijk vertier bestonden er in de negentiende eeuw ook meer duistere vormen van vermaak genaamd kwelspelen. Dat waren spellen waarbij dieren leed werd aangedaan. Een voorbeeld van een populair kwelspel was katknuppelen ofwel katgooien. Daarbij werd een levende kat in een ton geplaatst, waarna aan beide zijden van de ton een touw werd vastgeknoopt waarmee de ton tussen twee bomen of palen strak werd vastgebonden. Deelnemers trokken vervolgens een lijn op de grond op een afgesproken afstand van de ton. Het doel was om vanaf die afstand met een knuppel tegen de ton te gooien in de hoop dat jouw worp de ton deed breken. Het was een wreed spel waarbij de kat het uitschreeuwde van stress en angst. De kat bracht het er niet altijd leven vanaf. Katknuppelen bleek ook voor de deelnemers gevaarlijk te zijn. ‘Iemand, die zich toevallig voor den speler of werper bevond, werd namelijk zoodanig door den knuppel getroffen, dat hij den volgende dag aan de gevolgen is overleden’ schreef de Heldersche en Nieuwedieper Courant in 1862.
In de loop van de negentiende eeuw kwam er meer kritiek op kwelspelen vanwege het leed dat de dieren werd aangedaan. Ook katknuppelen kon rekenen op meer verzet. In 1869 riep de commissaris van de Koning in Friesland gemeentes bijvoorbeeld op ‘tot het tegengaan van wreedaardige volksspelen, als het katknuppelen’. Aan die oproep werd gehoor gegeven. De bevolking van de regio Alkmaar had al langer haar twijfels over het dierenleed. Dat blijkt uit het antwoord van de redactie van de Alkmaarsche Courant in de krant van 25 juli 1869 op een brief van een bezorgde lezer over katgooien. Volgens de redactie was de kat ‘sedert geruimen tijd door een stuk hout vervangen, zoodat slechts de naam van het spel aan de vroegere ruwheid herinnert’. Het katknuppelen bleef bestaan als spel, maar er werd voortaan een houtblok in de ton geplaatst in plaats van een kat. De nieuwe versie van katknuppelen bleef een populair spel dat ook in de twintigste eeuw nog voor amusement zorgde op de kermis.
Door Jos van der Kreeft
Regionaal Archief Alkmaar