Niet ver van een van de meest verguisde gebouwen van Alkmaar – het voormalige postkantoor van architect Tauber tegenover de Grote Kerk – staat een ander bouwwerk uit de jaren zestig waar menig Alkmaarder een uitgesproken mening over heeft: de telefooncentrale aan de Heul. Maar wat heeft geleid tot deze ‘hoop stenen’?
De eerste verbindingen
De eerste telegraafverbinding in Nederland, tussen Haarlem en Amsterdam, werd in 1845 in gebruik genomen. Pas in 1854 kreeg Alkmaar zijn eigen telegraafdienst en daarmee snel contact met de buitenwereld . Dat jaar opende aan de Kerkstraat een telegraafbureau. Men kon daar dagelijks tussen 8.00 en 13.00 uur en tussen 15.00 en 16.00 uur telegrammen (depêches) versturen. De kosten voor binnenlands verzenden waren 25 cent voor vijftig woorden en 1,50 gulden voor honderd woorden. Verzenden naar het buitenland was aanzienlijk duurder, maar berichten konden al worden verstuurd naar bijvoorbeeld Rusland of Denemarken.
Dat de telegrafie iets bijzonders was, blijkt uit het feit dat geïnteresseerden voor 25 cent mochten meekijken in het telegrafiekantoor. In 1866 werd de lokale dienst samengevoegd met de Rijkstelegraafdienst en verhuisde het kantoor naar de eerste etage van het Waaggebouw. Op oude foto’s is dat herkenbaar aan een grote stellage voor telegraaflijnen, bevestigd aan de Waagtoren.
De eerste telefoonlijnen
Vanuit de Waagtoren ontstond ook de eerste echte telefoonverbinding van de stad, rechtstreeks naar het kantoor van de Alkmaarsche Courant. Vanaf 1889 volgden publieke telefoonlijnen, aangelegd door de bekende Alkmaarse ondernemer Jan Pot. Hij had telefoonnummer 1, het stadhuis nummer 2 en de Alkmaarsche Courant nummer 3. Van interlokaal bellen was nog geen sprake, en de belangstelling voor telefoonaansluitingen was gering. Pot had lange tijd een monopolie op de telefonie in Alkmaar. Er was veel kritiek (zelfs van de burgemeester) op de centrale waar de lijnen werden verbonden: beperkte openingstijden en soms zelfs spontane afwezigheid van personeel. Bij mooi weer verkoos dat personeel soms een wandeling door de Alkmaarderhout boven het bedienen van de centrale.
Alles onder één dak: de Koorstraat
Aan het te kleine telegraafkantoor in het Waaggebouw en de onbetrouwbare telefonie van Pot kwam in 1916 een einde. Op de hoek van de Koorstraat en de Heul opende een nieuw post- en telegraafkantoor waarin alles werd samengebracht: telefonie, telegrafie en post. Het gebouw beschikte over een ruime wachtzaal met twee publieke telefooncellen, aparte zalen voor telegrafisten en telefonistes, elektrisch licht, zeven loketten en kleedkamers voor het personeel. Daarnaast was er een directeurswoning met maar liefst zeven kamers.
Tot 1924 was telefonie nog een lokale aangelegenheid. Daarna nam het Rijk de exploitatie over. Binnen Alkmaar was het aantal verbindingen echter nog beperkt, waardoor er aanvankelijk geen nacht- of zondagdiensten in de telefooncentrale waren. Bellen kon alleen overdag, van maandag tot en met zaterdag. Men draaide de slinger van het toestel en sprak vervolgens luid in de hoorn om de telefoniste te vragen door te verbinden.
In de jaren dertig nam de automatisering toe. Voor lokale verbindingen waren telefonistes niet langer nodig, maar dit vereiste grotere technische installaties. Daarom werden in 1933 het post- en telegraafkantoor en de telefonie gescheiden. De telefonie bleef in het gebouw aan de Koorstraat; post en telegraaf verhuisden naar het gebouw van het voormalige Rijksopvoedingsgesticht naast de Grote Kerk.
Automatisering en uitbreiding
Door de automatisering verloren vier telefonistes hun werkplek bij de afdeling lokaal verkeer (Alkmaar en Heiloo), maar ze konden aan de slag bij het interlokaal verkeer, waar maar liefst zestien werkplekken beschikbaar waren. De nieuwe automatische centrale was berekend op 2.400 abonnees, terwijl Alkmaar er toen 1.500 had – er was dus ruimte voor groei. Alle abonnees kregen een nieuw toestel: de oude slingertelefoon werd vervangen door een draaischijfmodel.
In 1934 werd de nieuwe centrale officieel geopend door burgemeester Van Kinschot. De indeling van het gebouw was inmiddels onherkenbaar veranderd ten opzichte van 1916. De automaten stonden op de plek van de voormalige wachtkamer en de directeurswoning was verbouwd tot kantoorruimtes. De telefonistes zaten voortaan op comfortabele lage stoelen in plaats van hoge krukken.
Verhuizing naar de Heul
In de jaren zestig groeide het aantal aansluitingen richting de achtduizend. De technische installaties namen steeds meer ruimte in beslag en het gebouw aan de Koorstraat werd te klein. Men onderzocht uitbreidingsmogelijkheden en koos uiteindelijk voor nieuwbouw aan de Heul, pal naast de oude centrale. Deze nieuwe centrale zou alleen de binnenstad bedienen en diende ook als tijdelijke uitbreiding van de districtscentrale, die verantwoordelijk was voor de telefoonverbindingen van de rest van Alkmaar en omgeving. In de jaren zeventig verhuisde die districtscentrale naar een nieuw gebouw naast de Leeghwaterbrug in Overdie, nog steeds herkenbaar aan de grote zendtoren. Die toren was mede reden voor de verhuizing: hij zou zo hoog worden dat de gemeente hem niet in de binnenstad wilde hebben.
De nieuwe centrale aan de Heul werd ontworpen door architect J. Versteeg van de Rijksgebouwendienst. Het gebouw was zodanig ontworpen dat het bestand zou zijn tegen oorlogsomstandigheden, met kleine ramen en een schuilkelder. Op 1 september 1967 werd de centrale officieel in gebruik genomen. Bezoekers en pers waren onder de indruk van de technische installaties, maar minder enthousiast over het ontwerp.
Het oorspronkelijke gebouw van de telefoondienst aan de Koorstraat verloor in 1974 zijn functie, na de verhuizing van de volledige districtscentrale naar Overdie. In 1980 werd het gesloopt. Wat ervoor in de plaats kwam, is tot op de dag van vandaag voor velen een doorn in het oog. De centrale uit 1967 verbindt nog steeds dagelijks vele bellers met de buitenwereld — en daar lijkt voorlopig geen verandering in te komen.
DoorMark Alphenaar
Regionaal Archief Alkmaar