Tijdens de Duitse bezetting van Nederland mochten restaurants openblijven, maar dat ging niet zonder slag of stoot. Het archief van Hotel Nassau-Bergen toont de problemen en regels waar hotels en restaurants gedurende de oorlogsjaren mee te maken kregen.
Het (oude) Hotel Nassau-Bergen in Bergen aan Zee was een populaire vakantiebestemming in de periode van 1913 tot 1942. De bezoekers konden genieten van het strand, de zee, het prachtige gebouw ontworpen door Berlage en een uitstekend diner.
Bij het diner kregen de gasten een vast menu gepresenteerd dat in de ochtend door de chef was samengesteld. De gerechten waren duidelijk geïnspireerd door de Franse keuken en waren in het Frans genoteerd op het menu. De Franse keuken gold in Nederland in de negentiende en twintigste eeuw als het toppunt van de culinaire wereld. Een menukaart van Nassau-Bergen uit 1939 toont gerechten zoals Turbot poché (gepocheerde tarbot), Entrecôte en Bavarois à l’Ananas (luchtige pudding met ananas).
Een menukaart uit 1941 laat echter een hele andere situatie zien. De Franse is taal is verdwenen en de luxueuze Franse gerechten zijn nergens meer te bekennen. Zo konden bezoekers in 1941 groentesoep eten, en spinazie met gepocheerd ei, gekookte kip met rijst en griesmeelpudding met vruchtensaus.
De verschillen tussen de menukaart van 1939 en die van 1941 hebben te maken met de Duitse invasie van mei 1940 en de daaropvolgende bezetting van Nederland. Ondanks de bezetting bleef Hotel Nassau-Bergen open. Het hotel moest in die periode leren omgaan met problemen met leveranciers, voedselbonnen, Duitse militairen en het nieuw ingestelde overheidsinstituut: de rijkshoreca.
Rantsoeneren
In het jaar 1940 mochten restaurants nog zelf bepalen wat er op het menu verscheen. Wel moest er aan bepaalde eisen van de rijkshoreca worden voldaan. Zo waren er bijvoorbeeld restricties op de hoeveelheid boter of margarine die een maaltijd mocht bevatten: ‘Bij het ontbijt of bij gesmeerd brood te verstrekken 10 gram en in te nemen 2 wisselbonnen van 1/50 rantsoen.’ Vergelijkbare restricties golden ook voor graan, groente en vlees. Bij elke maaltijd moest elke gast de benodigde wisselbonnen inleveren: ‘Het is ten strengste verboden gerechten te verstrekken zonder dat wisselbonnen … worden ingenomen.’
Ondanks de rantsoenering konden bezoekers van Nassau-Bergen genieten van gerechten als ‘tournedos met spinazie’, ‘Oeufs à la Reine’ en ‘Beignets soufflés’. Op veel bezoek kon het restaurant echter niet rekenen. Op de drukste avond waren maar 22 van de 110 tafels bezet. Uit een brief van de eigenaar van Nassau-Bergen, C.F. Zeiler, aan de rijkshoreca blijkt dat de omzet van het hotel in 1940 met negentig procent was gedaald ten opzichte van 1939. Aanvankelijk leek in 1941 de situatie van het hotel nog lastiger te worden toen de rijksoverheid strengere rantsoeneringsregels instelde.
Op 6 mei 1941 stelde de rijkshoreca verplichte dagmenu’s in. Restaurants dienden een dagkaart samen te stellen die bestond uit maximaal tien door de rijkshoreca goedgekeurde gerechten. De chefs konden kiezen uit de volgende type gerechten: gebraden of gekookt vlees met aardappel en groenten, vis-/wild-/gevogelte-/eierschotels of nationale stamppotten of soepen. Als voorbeelden van toegestane gerechten noemde de rijkshoreca bijvoorbeeld ‘wiener schnitzel’, ‘gegratineerde vischschotel’, ‘gebakken schol’ of ‘Duitsche biefstuk’.
Op de dagkaart mochten ‘boven en behalve deze geoorloofde tien schotels’ ook voorgerechten, twee kaassoorten, fruit en belegde boordjes worden geplaatst. Daarnaast diende het restaurant ook ‘vleeschlooze of nagenoeg vetlooze schotels’ te serveren waarvoor geen bon ingenomen hoefde te worden.
Opvallend is dat in deze periode – 1941 – van striktere rantsoenering en vast opgelegde dagmenu’s het bezoek aan Hotel Nassau-Bergen toenam. Een trend die ook zichtbaar was bij andere restaurants en hotels in het land. Uit eten begon voor meer mensen een normale vorm van vermaak te worden tijdens de Duitse bezetting.
Duitse militairen
De drukte werd versterkt door het grote aantal Duitse militairen die het hotel bezochten. Tijdens het bezoek genoten de militairen van de Nederlandse alcohol die werd geserveerd. Vooral advocaat en jenever bleken populair onder de Duitse militairen. Ook rijkscommissaris Seyss-Inquart bezocht het restaurant meer dan eens en hield hier twee grote bijeenkomsten waar veel wijn en gebak werden geconsumeerd.
Het drankgebruik van de Duitse militairen zorgde er mede voor dat de drankvoorraad van het hotel opraakte. Eind 1940 was de drank al nagenoeg op en vanwege de slechte omzet van het jaar kon de voorraad niet naar wens worden aangevuld. Daarbij kwam ook nog kijken dat door de strengere rantsoeneringsregels van 1 april 1941 de inkoop van drank voor horeca-instellingen nog verder werd beperkt.
Het hotel stuurde meerdere brieven aan het Rantsoeneeringsbureau voor Gedistilleerde dranken om toestemming te krijgen extra drank in te slaan. Een behulpzaam antwoord van het Rantsoeneeringsbureau bleef echter uit of ontbreekt in het archief. Uit bewaarde facturen van H. Bootz Distilleerderij blijkt toch dat het hotel succesvol is geweest in het inkopen van alcohol in de zomerperiode van 1941.
Heerlijk seizoen
Het aanschaffen van extra alcohol was nodig, aangezien de drukte bij Hotel Nassau-Bergen toenam in de zomer van 1941. Er werden meer kamers geboekt, restaurantbezoekers vulde de eetzaal en door hun drankgebruik spekten de Duitse militairen de koffers van het hotel. De drukte zal een enorme opluchting zijn geweest voor de werknemers. Dat blijkt wel uit een brief van C.F. Zeiler aan het Palace Hotel in Noordwijk aan Zee: ‘Wat een heerlijk seizoen! Van de bonnetjes wordt men gek, en met alles begint met vast te loopen ; straks is er niets meer te krijgen. Nog 5 à 6 weken en dan zijn we er door! Ik wensch U (en mezelf!) sterkte voor dien tijd en dan kunnen we weer afwachten wat 1942 ons brengen zal, ofschoon ik me daarover voorloopig maar geen grijze haren maak.’
Het seizoen 1942 bracht echter weinig goeds voor het hotel. Op 24 april 1942 ontving de directie van Nassau-Bergen een bericht van de plaatselijke Ortskommandant dat het hotel binnen 48 uur ontruimd moest worden. Het hotel moest plaats maken voor de Atlantikwall.
Door Jos van der Kreeft
Regionaal Archief Alkmaar