‘De mannen van den Landstorm’

Sinds 1 januari 2020 krijgen alle Nederlandse jongeren in het jaar dat ze zeventien worden een dienstplichtbrief van Defensie. Deze jongeren vallen namelijk onder de Kaderwet dienstplicht. Ze worden ingeschreven als dienstplichtige, maar hoeven zich niet te melden. In tegenstelling tot de jongemannen uit Castricum die tweehonderd jaar geleden leefden. Zij en vele anderen werden in 1813 massaal opgeroepen om zich te melden bij ‘den Landstorm’.

Na de rampzalige campagne van Napoleon tegen Rusland trokken veel Franse troepen zich terug. Veel gebieden die voorheen onder het Franse keizerrijk vielen, werden door het leger van Napoleon grotendeels verlaten. Zeker na de Franse nederlaag in de Slag bij Leipzig in 1813 ontstond een chaotische periode. Ook de Hollandse departementen zaten zonder regering, nadat de Franse gouverneur op 16 november halsoverkop was vertrokken. 

schilderij beleg van Naarden met landstormbataljons uit Loosdrecht
Schilderij door P.G. van Os van het beleg van Naarden met landstormbataljons uit Loosdrecht, april 1814. Rijksmuseum Amsterdam.

In Nederland kwam een tijdelijk Driemanschap aan het roer, bestaande uit drie Haagse notabelen. Zij zorgden ervoor dat het land niet geannexeerd werd door Engeland of Pruisen. Ook lieten ze de in Nederland vrijwel vergeten Prins van Oranje Willem Frederik terugkomen. Hij werd in december 1813 aangesteld als Soeverein Vorst der Verenigde Nederlanden. In 1815 tijdens het Congres van Wenen zou hij ook internationaal erkend worden als Koning Willem I der Nederlanden. 

Reglement

De napoleontische oorlogen waren na de Franse nederlaag in Leipzig nog niet beslecht. In verschillende delen van Nederland lagen nog Franse garnizoenen gelegerd. Willem I besloot op 20 december 1813 om een burgerleger in het leven te roepen, ter ondersteuning van het reguliere leger. In diezelfde periode werd ook in Oostenrijk-Hongarije en Pruisen een oproep gedaan aan de mannelijke burgerbevolking om zich te organiseren en te bewapenen tegen de Fransen. Het ‘Reglement van algemeene Volkswapening, Landstorm en Landmilitie’ was in Nederland het officiële startsein.

archiefstukken
(Links) Het ‘Reglement van algemene Volkswapening, Landstorm en Landmilitie’ uit 1813. KB, nationale bibliotheek. (Rechts) Brief van de gouverneur van Noord-Holland over het ontbinden van de landstorm, 18 mei 1816.

In het reglement worden twee legeronderdelen geïntroduceerd: de landstorm en de landmilitie. De landstorm werd in het leven geroepen voor ‘de plaatselijke verdediging van ieder distrikt’ en nam op veel plaatsen de plek in van de voormalige schutterij. De landmilitie werd daarentegen geformeerd om zich te richten op ‘verdrijving van den vijand en tot verdere bescherming van den vaderlandschen grond’. Veel mannen van de landmilitie werden uitgezonden richting de Zuidelijke Nederlanden om te vechten tegen het Franse leger aldaar.

Eigen wapens

In navolging van het reglement werd in het gehele Vorstendom der Verenigde Nederlanden een oproep gedaan voor de landstorm, zo ook in Castricum. Alle weerbare mannen tussen de zeventien en vijftig jaar moesten zich melden. Jongens onder de zeventien met een sterk gestel waren ook welkom. De manschappen kregen in principe geen uniformen of wapens uitgereikt door de gemeente. Ze dienden hun eigen wapens mee te nemen: ‘Ieder man tot den landstorm behoorende en bezitter van een geweer of jagt- of ganzenroer zal zich daarmede wapenen’. Ook sabels of pistolen mochten gebruikt worden. 

Namenlijst van gehuwden en weduwnaars
Namenlijst van gehuwden en weduwnaars met kinderen uit het 3de Bataljon landstorm Castricum.

Als er geen wapens voorhanden waren, dan werden er pieken of speren uitgedeeld door het Departement van Oorlog. Deze pieken werden in iedere gemeente gemaakt en ook bekostigd. Ook in het 3de Bataljon landstorm uit Castricum werden pieken uitgedeeld. Om de kleinere gemeentes iets te ontzien werd in het Reglement der Volkswapening geen minimum aantal manschappen afgesproken. Ieder bataljon zou ‘zoo talrijk moeten zijn, als de voorraad van geweren maar eenigzins zal toelaten.’

In tegenstelling tot de mannen van de landmilitie, werden die van de landstorm geacht vooral door te gaan met hun gewone werkzaamheden. ‘De pligten van den landstorm bepalen zich tot de zondagsche exercitie.’ Deze exercitie, ofwel militaire mars- of wapenoefeningen, werd iedere zondagochtend gehouden ‘tusschen den ochtend kerktijd en die van den namiddag’. Nadat de pieken werden uitgedeeld moesten ‘de mannen van den landstorm allereerst geoefend worden in het staan in het gelid en in het rigten, marcheren en zwenken’.

Portret van Nanning van Foreest in 1787
Portret van Nanning van Foreest in 1787. Hij was later Maire van Alkmaar, belast met de landstorm en landmilitie van het arrondissement Alkmaar.

Discipline

In het 3de Bataljon landstorm uit Castricum was de discipline onder de mannen soms ver te zoeken. Luitenant-kolonel J.A. Mulert schrijft in een brief op 18 maart 1814 aan de andere officieren over klachten die hij heeft ontvangen van ‘nalatigheid in het opkomen bij de exercitiën als anderszins’. Hij stelt voor ‘zoo ras mogelijk een generaal reglement van discipline’ in te voeren. Met daarin regels zoals ‘Niemand, wie hij ook zij, tot de Compagnieën behorende, zal zich van de bepaalde exercitiën onttrekken mogen’. De officieren moesten toezien op een ‘stipte naakoming’.

Brief van luitenant-kolonel J.A. Mulert
Brief van luitenant-kolonel J.A. Mulert aan het 3de Bataljon landstorm Castricum over het reglement van discipline, 18 maart 1814.

De landstormbataljons namen tijdens de bevrijdingsoorlog van 1813-1814 veelvuldig deel aan het belegeren van Franse garnizoenen. Zo werd het Groningse Delfzijl belegerd met onder meer negentien bataljons landstorm. Het 3de Bataljon uit Castricum werd begin 1815 in staat van paraatheid gebracht. Kapitein Kieft kreeg hierover op 6 april een duidelijke brief van luitenant-kolonel Mulert: ‘Er zal met de meeste spoed met de exercitie der Landstorm een aanvang gemaakt worden’.

Koperen trommen

Nadat Napoleon Bonaparte op 18 juni 1815 definitief werd verslagen bij Waterloo, werd de landstorm ontbonden. Na een paar rustige maanden werd in 1816 het besluit genomen om ‘de Heeren Colonnels van de landstorm’ eervol te ontslaan en de hele organisatie op te heffen. Wel werd gevraagd om ‘alle de Pieken en verdere Wapenrustingen van wat aard’ zo compleet mogelijk te verzamelen en de gouverneur van Noord-Holland op te hoogte te brengen van de aantallen. Twee weken later volgde een tweede brief, waarin de gouverneur ook het aantal koperen trommen wilde weten. Het bataljon uit Castricum bleek er twee in bezit te hebben. 

Tijdens de Belgische opstand in 1830 werd de landstorm opnieuw opgeroepen. In de gemeente Castricum werden toen meerdere officieren aangesteld. De landstorm is echter niet meer in actie gekomen en na 1833 werden de eenheden definitief ontbonden.

Door Loes Ekhart
Regionaal Archief Alkmaar

test