De Noordermolen, waterkampioen van heel Noord-Holland

Ten noorden van het pontje Akersloot kroont een van de meest Hollandse beeltenissen de horizon: de Noordermolen. Vanaf de A9 is de molen goed zichtbaar en vanaf de N244 even ten noorden van het pontje van Akersloot nog beter. Een oude poldermolen die bovendien technisch heel interessant is wegens de bijzondere vijzel.

De Noordermolen bemaalt de Groot-Limmerpolder tussen Limmen en Akersloot. Deze polder kreeg rond 1500 vorm. Het overtollige water werd eerst via sluisjes in het Lange- of Alkmaardermeer gespuid. Door de bodemdaling lukte dat steeds minder goed. In 1544 beschikte de polder over twee molens om het overtollige water in het Alkmaardermeer maar ook in het Schermeer te malen. Deze molens werden tijdens de Spaanse opmars in de regio, in 1573, platgebrand. Op 13 oktober 1588 werd door de Staten van Holland toestemming gegeven om een belasting te heffen op de landerijen van Limmen, Akersloot en Bakkum om twee nieuwe poldermolens te bouwen. Zo verrezen opnieuw de Noorder- en de Zuidermolen rond Akersloot.

kaart 1860
De noordkant van Akersloot omstreeks 1680 (noorden links) met uiterst links de Noordermolen (‘Limmer mole’). Detail uit de kaart van landmeter Johannes Dou voor het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen, gedrukt in 1680.

Brede vijzel

Hoewel in het midden van de zeventiende eeuw even sprake was van plaatsing van een derde molen in de Groot-Limmerpolder, hield men het uiteindelijk bij het oude tweetal. In 1861 maakte het scheprad in de Noordermolen plaats voor een korte, maar zeer brede vijzel, oftewel een waterschroef. Een gedenksteen in de molen herinnert hier nog aan. De diameter van de vijzel was met 2,56 meter oorspronkelijk zelfs groter dan de lengte. Een vijzel was efficiënter en bovendien zat die onder en niet in de molen waardoor de molenaar meer woonruimte verkreeg. In 1879 verrees ook een 40 pk stoomvijzelgemaal in de polder op de plaats van de Zuidermolen. De stoominstallatie werd voor 11.930 gulden geleverd door Stork uit Hengelo. Het gebouw waarin de machinerie kwam te staan werd neergezet door Reijer Klaas Koppen uit West-Graftdijk en Guurtje Spaans uit Akersloot voor 13.497 gulden. Hoewel de Zuidermolen werd gesloopt bleef de vijzel zitten. Zo dreef de stoommachine de oude vijzel van de molen aan, wat scheelde in de kosten. Dat gemaal is vandaag de dag te bezoeken als Museumgemaal 1879.

De Noordermolen bleef ondanks die ontwikkeling bestaan en dienstdoen. Het gemaal kon in periodes met weinig wind optreden als hulpmiddel om de Groot-Limmerpolder droog te houden en bij veel wind was het voordeliger om de molen te laten draaien. Tijdens de Eerste Wereldoorlog in de jaren 1914-1918 was het een groot voordeel dat de polder nog over een molen beschikte. Door de stijgende prijzen van kolen werd er zoveel mogelijk alleen met de Noordermolen gemalen. Na de Eerste Wereldoorlog maakte de stoommachine van het gemaal plaats voor een elektromotor. In de jaren dertig van de twintigste eeuw waren er plannen om de Noordermolen te slopen en te vervangen door een elektrisch gemaal, wat uiteindelijk niet gebeurde.

Redder in de nood

De molen was bij het uitbreken van de oorlog nog niet aangesloten op het lichtnet. Petroleum en kaarsen waren al snel bijna onverkrijgbaar. Naar aanleiding van een klacht van de molenaar schafte de polder in 1941 een ‘windcharger’ voor hem aan. Dat was een molentje dat een dynamo aandreef waarmee een accu opgeladen kon worden. Ook in de Tweede Wereldoorlog was men maar wat blij met de Noordermolen. Elektriciteit werd steeds strenger gerantsoeneerd en de stroomleverantie viel in de lente van 1945 helemaal uit. De molen was toen echt een redder in de nood.

advertentie krant
Advertentie in de Alkmaarsche Courant, begin maart 1940, met de vacature van molenaar van de Noordermolen.

Na de oorlog werden zowel het gemaal als de molen aangepakt voor groot onderhoud. Een grote rol bij het behoud van niet alleen de Noordermolen speelde de in 1952 afgekondigde Wet bescherming waterstaatswerken in oorlogstijd (BWO). Het was de regering niet ontgaan dat molens een belangrijke rol konden spelen als ons land in oorlog raakte en de diesel- en elektrische gemalen

uitvielen. De kans dat dat gebeurde was tijdens de Koude Oorlog zeker niet denkbeeldig. Met geld uit BWO werden vele molens gered en behouden, de Noordermolen niet uitgezonderd. Die werd in 1952 totaal opgeknapt. Het kostte moeite, maar in 1956 kreeg de polder een subsidie van 4.810 gulden oftewel veertig procent van de kosten van de genoemde restauratie. De provincie Noord-Holland kwam bovendien in 1957 met een verordening waarvan het eerste artikel luidde: ‘het is verboden molens te slopen’. Daarom prijkt de Noordermolen nog steeds als een van ver zichtbaar baken in het polderland bij Akersloot.

De Noordermolen in 2003.
De Noordermolen in 2003. Foto F. Terpstra. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Vandaag de dag

In 1990 werd een elektrisch poldergemaal naast de molen geplaatst. Dat betekent echter niet dat er niet meer gemalen wordt door de molen. De vijzel van de molen bleek in 2010 in slechte staat. Vier jaar later kreeg de Noordermolen een nieuwe. Zo kan de molen vandaag de dag, bij goede wind, een waterverzet van zeventig à tachtig kubieke meter per minuut halen. Hiermee is de Noordermolen hoogstwaarschijnlijk de waterkampioen van alle poldermolens in Noord-Holland.

Door Lars Boon
Waterschaphistoricus Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

test