Het is altijd een mooi gezicht, als je op een windstille zomeravond in de verte een luchtballon voorbij ziet zweven. Voor ons een bekend beeld, maar voor onze negentiende-eeuwse streekgenoten iets heel bijzonders. Zo bijzonder, dat een groot deel van de inwoners van Akersloot uitliep toen er in 1895 onverwacht een luchtballon bij hun dorp landde.
Kijkend naar de vogels heeft de mens altijd gefantaseerd over hoe het zou zijn om door de lucht te zweven en de wereld van bovenaf te bekijken. Aan het einde van de achttiende eeuw werd dit mogelijk toen in Frankrijk de eerste bemande luchtballon opsteeg. Kort daarna vloog in 1785 de eerste luchtballon door het Nederlandse luchtruim. In de loop van de negentiende eeuw steeg het aantal ballonvluchten en maakten ook de bewoners van Alkmaar en omstreken kennis met de zwevende gevaarten.
Het ballonvaren was niet zonder risico. De met brandbaar gas gevulde ballonnen ontploften bijvoorbeeld nog wel eens, vaak met fatale gevolgen. Ook was de landing soms onfortuinlijk. Zo vertrok de aeronaute Fanny Godard in 1879 uit Amsterdam met een passagier en kwam in de Zuiderzee terecht, waar ze gelukkig werden opgepikt door een passerend schip. Mevrouw Godard hield er wel een gebroken arm aan over. Het eerste ballonslachtoffer in Nederland viel in 1893, toen in Utrecht een passagier uit de mand viel nadat deze een schoorsteen raakte. Daarentegen overleefde een jongetje een ongewilde luchtreis in 1925 in Leiden, toen hij tijdens het opstijgen van een ballon werd meegesleurd door het loshangende ankertouw. De ballonvaarder kon niet veel meer doen dan hem toeroepen zich goed vast te houden terwijl de ballon verder steeg om de fabrieksschoorstenen te ontwijken. Pas buiten de stad landde hij, waarbij de jongen door twee sloten werd getrokken. Zijn avontuur eindigde wonderwel slechts met een nat pak.
Oogst vernield
Een van de eerste keren dat we in de kranten lezen over een ballon in deze streken was in 1876. Met de ballon De Nederlanden steeg de ballonvaarder De Pauw met twee passagiers op vanuit Amsterdam om te landen op een akker te Heiloo. De Pauw moest nog wel een schadevergoeding betalen, omdat de oogst op de akker was vernield, ‘voor een goed deel ook door de toevloed van nieuwsgierigen’.
De avontuurlijke sfeer die rond de ballonvaart hing leidde tot veel aandacht. Dat blijkt ook uit een verslag van een ballontocht uit 1895. Het ging om de ballon van de Belgische kapitein Adolphe Denijs, die was opgesteld op het terrein van de Wereldtentoonstelling in Amsterdam. Met die ballon konden de tentoonstellingsbezoekers voor één rijksdaalder een paar honderd meter de lucht in. De ballon werd vastgehouden door een kabel, en na een korte tijd in de lucht werd de kabel met een lier weer naar beneden getrokken. Zeven personen konden tegelijk in het mandje van het uitzicht over het tentoonstellingsterrein en de stad genieten: ‘De heuvelen van het Gooi, de golvende lijn van de duinreeks, het blinkend vlak van de Zuiderzee, met zijn schepen, verder de dorpen en steden ver in den omtrek, een schoon panorama’.
Statig gezicht
Zo nu en dan ging de ballon van Denijs ook los van de kabel verder op reis. Voor deze ‘vrije reizen’, oftewel waar de wind de ballon heen dreef, moest de avontuurlijke reiziger maar liefst 75 gulden neertellen. Zo ook op dinsdag 18 juni 1895, toen de trossen werden losgegooid en de ballon langzaam wegzweefde. Kapitein Denijs zelf was achtergebleven, de ballon werd bestuurd door zijn eerste luitenant Edmond Duiks en tweede luitenant Louis van der Meulen. De ballon was afgehuurd door de Amsterdammer Martin de Vries, die als passagier meevoer.
Slechts drie kwartier later, rond kwart voor zes, zagen de inwoners van Akersloot de ballon richting hun dorp zweven. ‘Het was een statig gezicht’, schreef de Alkmaarsche Courant, ‘toen de ballon langzaam den grond naderde.’ Bij de boerenplaats van Vader, aan de Westdijk, waren een paar mensen aan het grasmaaien op de dijk. De dalende ballonvaarders riepen of ze het touw dat ze hadden neergelaten wilden pakken. De kabel hing echter nog te hoog, en de ballon zweefde het Noordhollandsch Kanaal over. Ook winkelier Verduin en een in de nabijheid met zijn vaartuig liggende schipper hadden het geroep van de luchtreizigers gehoord, en liepen snel in de richting waar de ballon leek neer te komen. ‘Met hunne hulp kwamen de reizigers veilig neêr in het land van Blokker’, en al snel kwamen er van alle kanten mensen op het spektakel af. Zelfs de burgemeester van Akersloot, J. Hennes, meldde zich ter plekke, zo uitzonderlijk was een ballon toen nog.
De passagiers konden zonder kleerscheuren uit de mand stappen. Toen de ballonvaarders de ballon leeg lieten lopen, stond passagier De Vries te dicht bij het ventiel, ademde de gassen uit de ballon in en viel flauw. Gelukkig kwam hij al snel weer bij, en met hulp van de omstanders werd de ballon op de wagen van de heer Blokker geladen en vertrokken de reizigers naar station Uitgeest. ’s Avonds waren ze weer met hun ballon in Amsterdam, ‘zeker een goede herinnering meênemende van de hulpvaardigheid der bewoners dezer streek’.
Revolvers
Dat men daar geluk mee had gehad, bleek wel toen Denijs kort daarop met zijn ballon neerdaalde op een weiland tussen Amstelveen en Ouderkerk: ‘Het anker zat nog niet vast of de landlieden kwamen in drommen opzetten, ranselden een der luitenants af en zouden tot erger zijn overgegaan, als de luchtreizigers niet een paar revolvers vertoond hadden.’ De politie moest de ballonvaarders escorteren bij hun vertrek, terwijl ‘de menschen vloekend en mopperend achterbleven'.
Door Paul Post
Regionaal Archief Alkmaar