Het betreft twee prachtige zwart-wit foto’s uit 1931. Onmiskenbaar pendanten. Twee bij elkaar horende werken die het verdienen samen getoond te worden. Oorspronkelijke afdrukken met afmetingen van ongeveer 17 bij 24 centimeter, gemaakt via het gelatine zilverdruk procedé. Hier is onmiskenbaar een vakman of -vrouw aan het werk geweest. Verstilde beelden uit het verleden gemaakt langs de Langestraat in Alkmaar, zo ongeveer ter hoogte van het beroemde Stadhuis, midden in het historische centrum van de stad.
De opnamen moeten wel afkomstig zijn van dezelfde vervaardiger en de tijdspanne tussen de opnamen zal slechts een paar minuten, hooguit een kwartier, zijn geweest. Aan de richting van de lange schaduwen en de toon van het licht is te zien dat het nog vroeg in de morgen is. Versterkt door de uitgesproken leegte op straat. Er is vrijwel geen publiek te zien, hooguit een eenzame voetganger op het trottoir, een wielrijder die even is gestopt en wat vage gestalten in de verte. Je ziet bijna de stilte van de nieuwe dag.
De ene foto – vanaf nu noemen we die voor het gemak even ‘Foto 1’ – is gemaakt ter hoogte van de huidige ingang van de HEMA, kijkend richting de Grote Sint-Laurenskerk. Schuin tegenover Van der Meulen’s Boekhandel die er toen ook al zat, naast Het Chocolade Huis. Rechts het fraaie verticale gevelreclamebord boven de ingang van het Victoria bioscooptheater, destijds met zijn interieur in kenmerkende Amsterdamse Schoolstijl. Heden ten dage zit dit opvallende bord hier ook nog steeds, alleen nu met het woord ‘Nelson’, van de schoenen. De andere foto – Foto 2 – vanaf hetzelfde trottoir maar dan iets verderop, op de hoek met de Hoogstraat met De Nachtegaal, is precies de andere kant op genomen. Richting de Mient.

Foto 1: de Langestraat richting de Grote Sint-Laurenskerk. Bekijk hier de foto waarop je ver kan inzoomen.
Letterlijk duizenden foto’s van het Stadhuis zijn aanwezig in de collectie van het Regionaal Archief. Het valt op dat ze allemaal óf richting de Mient zijn genomen, óf richting de Grote Kerk. Het is namelijk simpelweg onmogelijk de gehele gevel van het stadhuis recht van voren te vangen binnen de zoeker en het bereik van de klassieke camera. Daar is de Langestraat te smal voor in combinatie met de breedte en hoogte van het hele gebouw. Natuurlijk is digitaal tegenwoordig echt alles mogelijk, maar daar hebben we het nu even niet over.
Parkeren op asfalt
Wat op beide foto’s ook direct opvalt is het glimmende natte wegdek. Alsof het net heeft geregend. Maar de stoepen zijn droog, dus dat zou dan een heel lokaal buitje zijn geweest. Foto 1 geeft de verklaring. Nog net in de verte is de gemeentelijke sproeiwagen zichtbaar met zijn grote tank gevuld met water. Met dat water werd het stof van de straat gewassen zodat het later die dag, wanneer het verkeer op gang was gekomen, niet meer zou gaan stuiven. Die sproeiwagen is juist voorbijgereden en met wat redeneren mag daardoor worden aangenomen, met een grote slag om de arm, dat Foto 2 de oudste van de twee foto’s is. De sproeiwagen is daar al wat verder richting de kerk.

Foto 2: de Langestraat richting de Mient. Bekijk hier de foto waarop je ver kan inzoomen.
Het wegdek van de Langestraat is van asfalt, een ‘geruisloze wegdekking’ die daar sinds 1926 lag. Het heeft nogal wat voeten in aarde gehad voordat het besluit viel om deze prachtige straat te gaan bedekken met dit moderne zwarte en gladde materiaal. Voor- en tegenstanders rolden over elkaar heen in raadsvergaderingen, in uitvoerige artikelen en in ingezonden brieven in de Alkmaarsche Courant. Argumenten als verdwijnende historische schoonheid van de klinkerbestrating en het gevaar voor glijdende paardenhoeven ten spijt werd in april officieel en feestelijk de vernieuwde straat heropend. Het regende klachten over de Alkmaarse Gemeente Werken ‘die de klinkers niet als bij toverslag konden veranderen in asphalt’ tijdens de werkzaamheden.
Tegelijkertijd werd er in die jaren een nieuw parkeerbeleid geïntroduceerd. Ook dit is terug te zien op de twee foto’s. Dat beleid werd echt noodzakelijk vanwege het sterk toenemende autoverkeer, maar het was nog pionieren. Speciaal ontworpen verkeersborden langs de kanten van de straat moesten duidelijkheid geven. Maar deden ze dit ook? Volgend citaat uit de Alkmaarsche Courant van dinsdag 20 januari 1931 toont aan van niet: ‘In de Langestraat is het verkeer thans zoo geregeld, dat op de even dagen aan de zijde van hotel Proot en op de oneven dagen aan de zijde van het Stadhuis geparkeerd moet worden. Evenwel: wat zijn even en oneven dagen! De betrokken bijlage werpt daarop geen licht en er zijn heel wat menschen die den Maandag als de eerste en dus oneven dag beschouwen, den Dinsdag als een even dag enz. Bedoeld zijn natuurlijk de even en oneven maanddagen, zoodat dus b.v. heden 20 Januari – een even dag – de auto’s aan de zijde van hotel Proot moeten parkeeren.’ Op Foto 2 zien we in de verte een auto aan de kant van dit hotel geparkeerd. Tenzij de eigenaar een bekeuring heeft gekregen, kunnen we er gevoeglijk van uitgaan dat de foto is gemaakt op een even dag.
Een beladen affiche
En dan valt als klap op de vuurpijl, op Foto 1, ons oog plotseling ook nog op een wel heel klein maar uiterst curieus detail. Het betreft hooguit één procent van de oppervlakte van de afbeelding. Achter de ronde etalageruit van de boekhandel is een geïllustreerd affiche opgehangen. Door middel van een digitaal vergrootglas wordt leesbaar wat daarmee wordt bekendgemaakt. En met vervolgens wat verder speuren in de kranten ontvouwt zich een fenomeen dat door de bril van 2026 onvoorstelbaar is. Er worden woorden en termen gebruikt die heden ten dage niet meer gangbaar zijn om aan te kondigen dat een levende volkenkundige tentoonstelling werd georganiseerd: ‘De Negerkraal van Kya-Bé in de Harmonie, Alkmaar’. ‘Kraal’ was een aanduiding voor een Afrikaans dorp, Kya-Bé was en is de naam van dat dorp in Tsjaad.

Eind mei 1931 was Alkmaar onderdeel van een serie steden waar deze zogenoemde rondreizende land- en volkenkundige tentoonstelling plaatsvond. Een mensentuin, met levende personen. Tegen betaling kon publiek kennismaken ‘met de zeden en gewoonten van leden van een uitstervende Afrikaanse stam’. Op het toneel van de Harmonie, tussen nagebouwde hutten in het zand, kon de groep tegen betaling worden gadegeslagen. Als meest spectaculair daarbij werden de vrouwen ervaren die van oudsher grote houten schalen in hun onderlippen droegen. Volgens een advertentie in de krant: ‘De Lippen-Negerinnen der Saba-Kaba’s (Houten lippen van gemiddeld 16 c.M. doorsnede)’. Foto 1 heeft opeens een heel andere lading gekregen.
Rijtuigen met decoratie?
Blijft uiteindelijk nog de vraag wie nu eigenlijk deze twee foto’s heeft gemaakt. Daar is niets over bekend, maar op de achterkant van de originelen staat in keurig ouderwets handschrift ‘N.S. Rijtuigen’. Is dit soms een aanwijzing? Plotseling drong zich een interessante theorie op. De foto’s dateren uit 1931. Dat is tevens het jaar waarin de eerste elektrische trein reed tussen Alkmaar en Amsterdam; de zogenoemde Blokkendoos. Zouden het soms foto’s kunnen zijn die bedoeld waren als decoratie in die treinwagons? Van die mooie foto’s boven de banken aan de wanden tussen balkon en coupé? Navraag bij onze uiterst specialistische, sympathieke en behulpvaardige collega in Utrecht, waar het enorme archief van de Nederlandse Spoorwegen wordt gekoesterd en vertroeteld, kon geen uitsluitsel geven. De oudst bekende interieurfoto’s van treinwagons met foto’s erin ter decoratie dateren uit 1934. En ze hingen in ‘mat. '33 (de diesel-drieën) die vanaf 1934 reden. De Blokkendozen die speciaal voor de elektrificatie van de Noord-Hollandse lijn zijn gebouwd hadden die foto's zo te zien nog niet in de coupés’.
Over het waarom van deze foto’s is het laatste woord dus nog niet gesproken, wel zijn we heel dankbaar dat de fotograaf ze heeft gemaakt en dat we ze nu nog steeds kunnen bewonderen.
Door Jesse van Dijl
Regionaal Archief Alkmaar