In de winter van 1922 was het behoorlijk koud in Nederland. Op verschillende plekken waren sloten en meren volledig dichtgevroren, waaronder het Hoornse Hop, een inham van de voormalige Zuiderzee. Deze ijsvlakte bij Hoorn werd het decor voor een bijzondere stunt. Op 11 februari landde de Heerhugowaardse vliegenier Willem van Graft met zijn vliegtuig De Albatros op het gladde ijs. Honderden mensen kwamen naar het schouwspel kijken.
De avontuurlijke Willem van Graft werd op 14 april 1891 geboren in een boerderij aan de Vrouwenweg in de Beemster. Hij was de oudste zoon van Jan van Graft en Antje Ooms. Na enkele jaren in Oterleek gewoond te hebben, kwam het gezin in 1909 in de Thijshoeve aan de Middenweg in Heerhugowaard wonen. De vader van Willem was landbouwer en had een eigen bedrijf. Louw, de broer van Willem, zou het bedrijf overnemen. Willem had andere interesses. Na zijn lagere schooljaren in Oterleek vertrok hij naar Duitsland om een jaar als melkknecht te werken.
In 1916 trouwde hij in Oterleek met Nellie Molenaar. Ze vestigden zich in Hoorn, waar Willem als monteur-chauffeur aan de slag kon bij melkfabriek Friso. In diezelfde jaren was de luchtvaart in Nederland zich sterk aan het ontwikkelen. Op 1 augustus 1919 opende in Amsterdam de ELTA, de Eerste Luchtvaart Tentoonstelling Amsterdam. Willem kreeg zijn leidinggevende bij Friso enthousiast om samen naar de tentoonstelling te gaan. Hier werd zijn interesse voor vliegtuigen en motoren geboren.
Luchtcircus
Na de Eerste Wereldoorlog werd tijdens het Verdrag van Versailles bepaald dat Duitsland geen enkele luchtvaartactiviteit mocht ontwikkelen. Veel Duitse piloten en vliegtuigmonteurs trokken vanaf 1918 richting Nederland. Met overgebleven Duitse oorlogsvliegtuigen gaven zij vliegdemonstraties of maakten rondvluchten met passagiers. Willem van Graft sloot zich in 1919 aan als monteur bij zo’n luchtcircus: de Internationale Luchtvervoer Onderneming (ILVO) in Deventer. De Duitse oud-oorlogsvlieger Hettling leerde Willem als beloning de kneepjes van het vak. Op 15 december 1920 haalde Willem zijn vliegbrevet.
De ILVO was geen lang leven beschoren. Eind 1920 sloot het luchtcircus definitief haar deuren. Willem van Graft kocht het vliegtuig De Albatros uit de inboedel over en gebruikte deze voor nog vele demonstratie- en passagiersvluchten. Een jaar later werd hij gespot boven de Beemster. Het Noord-Hollandsch Dagblad maakte melding van De Albatros. ‘Zaterdagmiddag omstreeks 4 uur bewoog zich een vliegmachine boven Midden-Beemster op zeer geringe hoogte.’ Het vliegtuig werd meteen herkend door de initialen W. v. G., die duidelijk zichtbaar waren aan de zijkant van het vliegtuig. ‘Een en ander had veel bekijks’.
IJspret en vlieggenot
Na de strenge winter van 1922 kwam Willem op het idee om te landen op het Hoornse Hop. Het dichtgevroren meer bleek in het weekend van 11 februari een populaire bestemming voor de inwoners van Hoorn. ‘IJspret en vlieggenot’ kopte de Enkhuizer courant van dinsdag 14 februari 1922. Het gerucht dat er zogeheten vliegdemonstraties gegeven werden, verspreidde zich snel. ‘'t was me zondag een eigenaardige aanblik op de Zuiderzee.’ Naast schaatsers en motorfietsen begaf ook De Albatros zich op het ijs. ‘Ja, de vliegmachine ontbrak zelfs niet!’ ‘Willem van Graft, bezitter van een eigen vlieginstrument’ bleek vanaf het ijs rondvluchten aan te bieden.
De gelukkige passagiers konden meevliegen ‘tegen den luttelen prijs van 5 pop’. In tien à vijftien minuten nam Willem zijn passagiers mee op een tocht door de lucht. ‘Wel wat frisch!’ beaamde de redacteur van de krant. Maar een ‘beter terrein om op te stijgen of te landen kon men moeilijk aantreffen!’ In drie dagen tijd maakte Willem vanaf het Hoornse Hop zo’n zestig rondvluchten. Op zondagmiddag 12 februari was de aanloop zo groot dat de Hoornse gemeentepolitie het ijs nabij Hoorn moest ontruimen. Het gekraak werd te hevig.
Na deze memorabele demonstratie, trad Willem in dienst bij de Fokkerfabriek in Amsterdam-Noord. Het gezin verhuisde van Hoorn naar Amstelveen. Daar bouwde Willem in het souterrain onder zijn huis een eigen vliegtuig, bestaande uit onderdelen van verschillende Fokker vliegtuigen. Met dit zelfgemaakte vliegtuig begon hij vanaf 1927 op Schiphol zijn eigen vliegschool. Een jaar later werd hij aangenomen als instructeur bij de pas opgerichte Nationale Luchtvaartschool. Het gezin Van Graft verhuisde nogmaals, dit keer naar Den Haag. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog bleef Willem van Graft aan als instructeur. In die jaren heeft hij vele vliegeniers kunnen opleiden en kreeg de toepasselijke bijnaam 'paps’ van Graft
Bokaal
In 1949, op 58-jarige leeftijd, stopte Willem als instructeur. Hij kreeg namens de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart een zilveren medaille voor zijn grote verdiensten voor de Nederlandse luchtvaart. Hij bleef echter wel vliegen. In 1951 deed hij mee aan een luchtvaartshow in Den Haag. ‘De veteraan Willem van Graft, die de 60 reeds gepasseerd is en meer dan 20 jaar vlieginstructeur was bij de Nationale Luchtvaartschool, ontbrak niet op het programma. Met zijn Pipercup haalde hij de meest vreemde capriolen uit.’
Op 22 oktober 1952 sloeg het noodlot toe. Op weg naar huis, ‘waarschijnlijk misleid door de duisternis’, liep Willem in het kanaal en verdronk. Op veel te jonge leeftijd kwam er een einde aan het leven van deze ‘befaamde sportvlieger’. Na zijn dood werd hij op verschillende manieren herdacht. De Vereniging voor Luchtvaart stelde een jaarlijkse bokaal beschikbaar, de Willem van Graft-bokaal, voor de beste sportvliegersprestatie van het jaar. In Beverwijk opende in 1961 de Willem van Graftschool en in Heerhugowaard, in de Stad van de Zon, is op de plek van zijn ouderlijk huis een straat naar hem vernoemd.
Verschillende kranten plaatsten een in memoriam, waarbij de stunt op het Hoornse Hop nog meerdere keren werd gememoreerd: ‘Zo is nog steeds bekend, de stunt welke hij in februari 1922 op en boven het dichtgevroren Hoornsche Hop uithaalde. Deze demonstratie werd een succes!’
Door Loes Ekhart
Regionaal Archief Alkmaar