Een serie van acht prentjes toont het Alkmaar van driehonderd jaar geleden van een onverwachte kant. De prentjes zijn gemaakt voor Het verheerlykt Nederland, een ambitieuze boekenreeks waarin eigentijdse afbeeldingen van plaatsen uit heel Nederland waren samengebracht. Opvallend is de keuze van de Alkmaarse onderwerpen: geen iconen als het stadhuis of de Grote Kerk, wel volop poorten, doelen en twee stoere oude huizen.
De Amsterdamse uitgever Isaak Tirion had zich tot taak gesteld het Nederland van zijn tijd grondig te documenteren in woord én beeld. Vanaf 1738 gaf hij een reeks boeken uit waarin hij topografische en historische kennis van de hele Nederlandse Republiek bijeenbracht en die uiteindelijk uit 23 delen zou bestaan: de Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden. Een bij uitstek achttiende-eeuws project, want het was de tijd van de Verlichting en het verzamelen en bundelen van kennis was in de mode. In 1744 verscheen het vijfde deel met daarin onder meer een 32 pagina’s omvattende beschrijving van Alkmaar van de hand van de toen nog jonge en later erg bekende historicus Jan Wagenaar. De enige illustratie bij de Alkmaarse beschrijving was een plattegrond van de stad, en ook verder bevatte de reeks maar een beperkt aantal afbeeldingen.
Daarom begon Tirion in 1745 met het uitgeven van een tweede, begeleidende serie boeken die juist volledig gewijd was aan afbeeldingen van plaatsen uit de Republiek en die de titel Het verheerlykt Nederland kreeg. Die titel was passend, want de prenten in het boek gaven een buitengewoon positief beeld van Nederland. Het is er overal vredig en schoon, en van de armoede of maatschappelijke onrust die de achttiende eeuw toch ook tekenden is niets terug te zien.
Actueel beeld
In totaal bevatten de negen delen van Het verheerlykt Nederland die tussen 1745 en 1774 verschenen zo’n 750 ‘hedendaagsche gezigten’ van Nederlandse steden, dorpen, bouwwerken en andere bezienswaardigheden – alles wat de mens gebouwd had; voor de natuur hadden de boeken geen aandacht. Het waren kleine prentjes, ongeveer zeven bij tien centimeter, zodat er steeds twee boven elkaar op een pagina pasten. In 1752 verscheen het vierde deel van Het verheerlykt Nederland, over Kennemerland en West-Friesland, met daarin ook acht prenten van Alkmaar, voorafgegaan door afbeeldingen van Egmond en Bergen en gevolgd door Oudorp, Sint Pancras en Koedijk.
Tirion wilde in Het verheerlykt Nederland een zo actueel mogelijk beeld van het land geven. Bijna alle prenten waren daarom gebaseerd op schetsen die niet al te lang daarvoor ter plekke waren gemaakt. De Alkmaarse taferelen waren oorspronkelijk getekend door de bekende tekenaar Cornelis Pronk, die net als verschillende collega’s door het land reisde om Nederland van alle kanten vast te leggen. Volgens het jaartal onder de Alkmaarse prenten tonen die de situatie in 1726, maar het is vraag of dat wel helemaal klopt. Van Pronk is namelijk bekend dat hij een jaar later, in 1727, Alkmaar bezocht om de stad uitvoerig te tekenen. Het zou dus kunnen dat Pronk zelf niet meer helemaal wist wanneer hij de oorspronkelijke Alkmaarse schetsen had gemaakt. Zoals bijna alle andere afbeeldingen in Het verheerlykt Nederland zijn ook die van Alkmaar vervolgens in prent gebracht door de kunstenaar Hendrik Spilman. Onder de onderste prent op iedere pagina staan steeds de initialen van de twee makers: C.P.d. (‘Cornelis Pronk delineavit’: Cornelis Pronk heeft het getekend) en H.S.f. (‘Hendrik Spilman fecit’: Hendrik Spilman heeft het gemaakt).
Stadspoorten
De prenten in Het verheerlykt Nederland vulden de beschrijvingen in de Tegenwoordige staat aan en konden volgens het voorwoord zelfs ingevoegd worden in die reeks. De stadsbeschrijvingen in de Tegenwoordige staat behandelen steeds dezelfde onderwerpen in dezelfde volgorde, en de bijbehorende prenten in Het verheerlykt Nederland volgen dat stramien. Eerst werd de ligging van de stad beschreven. Zo vermeldt de beschrijving van Alkmaar dat de stad van oudsher omringd was door ‘veele groote en kleine Meeren’, die in de achttiende eeuw intussen grotendeels drooggelegd waren. Vervolgens kwamen de verdedigingswerken aan de beurt: de wallen, singels en stadspoorten. Alkmaar had toen ‘alleenlyk aarden Wallen behalven een klein stuk Muurs’. Er waren zeven poorten, waarvan er maar liefst vier – de helft van de Alkmaarse prenten! – zijn afgebeeld in Het verheerlykt Nederland: de Kennemerpoort, de Friesepoort, de Schermerpoort en de Waterpoort.
De Tegenwoordige staat beschrijft dan, na een stukje stadsgeschiedenis, de belangrijkste gebouwen van Alkmaar, waaronder natuurlijk het stadhuis met zijn ‘sierlyken Tooren’, de Waag en de Accijnstoren en de Grote Kerk – een ‘oud, ruim en aanzienlyk Gebouw’. Toch is geen van die beroemde Alkmaarse bouwwerken afgebeeld in Het verheerlykt Nederland. In plaats daarvan koos de uitgever voor de minder bekende Oude én Nieuwe Doelen, waar de Alkmaarse schutters bij elkaar kwamen en oefenden, het Prinsenhof oftewel het Hooge Huys op de hoek van de Langestraat en het Hof van Sonoy, dat volgens de Tegenwoordige staat ‘onlangs voor negen honderd guldens verkogt’ was.
Commercieel?
Waarom uitgever Tirion ervoor koos juist deze acht plekken in en om Alkmaar af te beelden is niet duidelijk. Cornelis Pronk had in ieder geval ook volop tekeningen van beroemdere Alkmaarse bouwwerken gemaakt. Het zou kunnen dat Tirion die commercieel minder interessant vond, juist omdat er in die tijd al andere prenten te koop waren met bijvoorbeeld het stadhuis en de Grote Kerk. Zo bevat Het verheerlykt Nederland ook relatief weinig illustraties van al erg vaak afgebeelde grote steden als Amsterdam en Rotterdam.
Misschien wilde Tirion met zijn selectie prenten ook wel aansluiten bij de geïllustreerde oudheidkundige boeken die in die tijd erg populair waren, en waarin afbeeldingen van middeleeuwse kastelen en stadsversterkingen de boventoon voerden. De Alkmaarse stadspoorten, de schuttersdoelen, het eerbiedwaardig oude Hooge Huys met zijn muur met kantelen en het Hof van Sonoy met toren laten Alkmaar in ieder geval van zijn meest robuuste kant zien: een stad die zijn mannetje wel kon staan. En dat had Alkmaar natuurlijk wel bewezen toen de stad in 1573 het Spaanse leger wist te weerstaan. Zoals de Tegenwoordige staat vermeldt: ‘De mislukte aanslag der Spanjaarden op Alkmaar [...] gaf sedert aanleiding tot het gemeen zeggen, Van Alkmaar begint de Victorie.’
Meer lezen
In het boek Nederland op zijn mooist. De achttiende-eeuwse Republiek in kaart en beeld van Everhard Korthals Altes en Bram Vannieuwenhuyze (Bussum 2022) zijn alle prenten uit de Tegenwoordige staat en Het verheerlykt Nederland samengebracht, beschreven en in context geplaatst. De Alkmaarse prenten zijn te vinden op pagina's 214-216. Van dit werk is in dit artikel dankbaar gebruik gemaakt.
Deel 4 van Het verheerlykt Nederland (Amsterdam 1752) met de acht prenten van Alkmaar is online te bekijken.
Het hoofdstuk 'Beschryving der Stad Alkmaar' in deel 5 van de Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden (Amsterdam 1744) is ook online te lezen.
Door Mariëlle Hageman
Regionaal Archief Alkmaar
21-04-26