Als je in de jaren negentig ging stappen op het Waagplein in Alkmaar, ging je natuurlijk eerst even pinnen bij de flappentap naast het postkantoor aan de Houttil. Bij de achteringang van dat postkantoor, in de Achterstraat, stond je dan weleens in de rij voor concertkaartjes. Wat velen misschien niet weten, is dat de geschiedenis van het pand ver teruggaat en altijd iets met geld te maken heeft gehad. En ondanks de vele verbouwingen in zijn meer dan 120-jarige bestaan, zijn daar nog steeds sporen van te vinden.
We beginnen bij de eerdergenoemde Achterstraat. Want wie daar loopt, kijkt waarschijnlijk alleen naar het opvallende pand aan het einde van de straat: de voormalige steenkolenloods uit 1908, die tegenwoordig een hostel is. Kijk je omhoog in het straatje, dan zie je nog iets opvallends: een grote gevelsteen met de naam De bank van Wisselink. Deze gevelsteen bevindt zich op een stevig ogend gebouw met een flinke schoorsteen en daarnaast een poort. Wat we hier zien, is de achterkant en achteringang van – het kan ook niet anders – de voormalige bank van Wisselink. De voorkant van die bank zat aan de Houttil. Tegenwoordig is die onherkenbaar, maar tot in de jaren zestig was het onmiskenbaar een bankgebouw.
Uit Twente
De oorsprong van dit stukje financiële geschiedenis van Alkmaar gaat terug tot augustus 1886, toen Derk Arnold Wisselink zich in Alkmaar vestigde als ‘Kassier en commissionair in effecten en coupons’. Dat was in de Langestraat. Wisselink was daarvoor werkzaam bij de Twentsche Bankvereniging B.W. Blijdenstein & Co in Amsterdam, een kantoor van de Twentsche Bank, een bank die in 1861 was opgericht in Enschede en groot was geworden door de textielexport naar Nederlands-Indië.
In 1887 verhuisde Wisselink al met zijn kantoor naar de Houttil. De zaken gingen erg goed. Zo goed zelfs dat in 1901 een oude slagerij in de straat werd aangekocht en niet veel later werd gesloopt. Hiervoor in de plaats kwam een groot pand, met in de kelder een stevige kluis. Het geheel was ontworpen door G.N. Itz, professor aan de Technische Hogeschool in Delft. Vanaf oktober 1904 kon men in het gebouw terecht voor allerlei financiële zaken. Het kreeg ook een binnenplaats met een toegangspoort aan de Achterstraat, dezelfde poort die anno 2026 nog aanwezig is.
Toen De Bank van Wisselink in 1911 haar 25-jarig bestaan vierde, werd de zaak omgezet in een commanditaire vennootschap. Dit is een bedrijfsvorm waarbij een (stille) vennoot betrokken is die voor extra kapitaal zorgt. In het geval van Wisselink werden hij en de heer W. Stroink de beherende vennoten, en werd de Twentsche Bank de commanditaire vennoot. De jaren hierna, en zeker ook tijdens de Eerste Wereldoorlog, waren zwaar voor Wisselink, en hij wilde zich geleidelijk terugtrekken uit de onderneming. In 1918 werd De Bank van Wisselink daarom officieel een naamloze vennootschap. Nieuwe directeuren en commissarissen kwamen allemaal van de Twentsche Bank. D.A. Wisselink bleef nog wel aan als gedelegeerd commissaris. Ondertussen werden er ook vestigingen geopend in Den Helder en Schagen.
Eind jaren tien begon men een gebrek aan kantoorruimte te ondervinden. Begin 1914 was al een ontwerp gemaakt voor een grote uitbreiding van het kantoor aan de Houttil, maar vanwege de oorlog bleef dit plan liggen. Toen uiteindelijk de middelen weer beschikbaar waren en de bouwkosten tot een normaal niveau waren gedaald, werd overgegaan tot de bouw. Het ontwerp was opnieuw van G.N. Itz en de uitvoering werd begeleid door de firma Gebr. Van Gendt A.L.zn. Dit bedrijf uit Amsterdam was gespecialiseerd in het ontwerpen van bankgebouwen. Itz ontwierp ook de ondergrondse ‘safe-deposit’ (kluis). In maart 1921 kon het publiek worden verwelkomd in het vernieuwde bankgebouw.
Zware kluis
Om bij de ondergrondse kluis te komen, daalde je via een marmeren trap af naar de kelder. Daar kwam je in een ruimte met vier knipcabines en de toegang tot de kluis. Knipcabines waren de plekken waar bezoekers coupons en dividendbewijzen van aandelen en obligaties konden afknippen. Aandelen en obligaties waren destijds nog fysieke stukken papier. Daaraan zat een blad met coupons of dividendbewijzen vast. De eigenaar kon die van het aandeel afknippen en inleveren bij een bank om rente of dividend te laten uitbetalen. De cabines waren van binnenuit afsluitbaar en voorzien van een huistelefoon voor het geval men vragen had voor een bankmedewerker. Bekijk hier een video van de kluis in 2026.
De eigenlijke kluis werd in de Alkmaarsche Courant van 1921 genoemd als een van de zwaarste kluizen in de provincie. Het geheel had muren van 75 cm dik, met daaromheen een zogenoemde controlegang. De kluis zelf had een deur van 5000 kg en was afgeschermd met een zwaar daghek. Dit hek sloot de kluis overdag af wanneer de kluisdeur openstond. Er waren ook twee afsluitbare ‘mangaten’. Deze openingen waren bedoeld om toegang te geven tot de controlegang en de kluis, mocht de hoofdingang weigeren.
In de kluis waren honderden kleine en grote ‘safeloketten’ beschikbaar voor klanten. Deze kon een klant echter niet alleen openen: een van de bankdirecteuren moest met een eigen sleutel meehelpen om het brandkastje te openen. Om het inbrekers nog lastiger te maken, werd ’s nachts de stroom naar de kluis afgesloten. Daarnaast was de muur tussen de kluis en het naastgelegen pand volgestort met beton. En dan hebben we het nog niet eens over de pantserplaten in de vloer en de dubbele laag spoorrails in het plafond.
Moederklok
Op de begane grond waren meerdere ruimtes voor bezoekers en personeel. Via verschillende loketten kon men er financiële zaken regelen, of gebruikmaken van een van de twee spreekkamers om meer privézaken te bespreken. Er was een directiekamer met een eigen ingang en een grote klerkenruimte met een aparte kluis. In de directiekamer stond een elektrische moederklok, waarop alle andere klokken in het gebouw waren aangesloten.
Via de poort in de Achterstraat kwam je uit op een binnenplein met een rijwielstalling, waar ook de achteringang naar de zogeheten kassièrehal te vinden was. Het grootste deel van de begane grond werd verlicht door grote glazen vensters in het plafond. Aan de voorkant van het gebouw bevond zich bovendien een bescheiden eerste etage met een vergaderkamer en de woning voor de conciërge.
Van fusie naar fusie
Lang heeft Derk Arnold Wisselink niet van ‘zijn’ nieuwe bank kunnen genieten: hij overleed plotseling in 1922. De onderneming ging natuurlijk gewoon door en bleef een belangrijk onderdeel van de financiële wereld in Alkmaar. Veel bewoners en ondernemingen maakten gebruik van haar diensten.
De Nederlandse bankwereld stond echter niet stil. Fusies en overnames waren aan de orde van de dag. In 1944 ging De Bank van Wisselink uiteindelijk op in de Twentsche Bank en verdween de naam, afgezien van die op de gevel in de Achterstraat. Het kantoor aan de Houttil werd daarmee een van de vele kantoren van de Twentsche Bank in Nederland.
De volgende grote fusie vond plaats in 1964, toen de Twentsche Bank samen met de Nederlandsche Handel-Maatschappij de Algemene Bank Nederland (ABN) vormde.
In Alkmaar was die verandering ook zichtbaar door de verbouwing van het bankgebouw. De bekende architect Tauber ontwierp een strakke nieuwe gevel aan de Houttil, waarin de raam- en deurindeling van het oude gebouw nog wel herkenbaar was, maar waarbij het oorspronkelijke ontwerp van G.N. Itz volledig verloren ging. In neonletters prijkte nu de naam Algemene Bank Nederland op de gevel. Zo bleef de situatie tot in de jaren negentig.
De gevel aan de Achterstraat veranderde in de tussentijd nauwelijks, afgezien van de plaatsing van een deur naar een elektriciteitshuisje.
Van bank naar postkantoor
Het hoofdpostkantoor in Alkmaar zat sinds 1933 aan de Bagijnenstraat, eerst in het oude Rijksopvoedingsgesticht en sinds 1966 in een groot nieuw gebouw, ontworpen door architect Tauber. In 1994 deden de ABN AMRO aan de Houttil (ontstaan na de fusie tussen de ABN- en AMRO-bank in 1991) en het hoofdpostkantoor een grote ‘wisseltruc’. Het gebouw aan de Bagijnenstraat was namelijk te groot geworden voor de post, terwijl het gebouw aan de Houttil juist te klein was voor de bank. Politiek gezien was er veel te doen rondom deze verhuizing. De gemeente had namelijk ook haar zinnen gezet op het oude postkantoor als mogelijke locatie voor het Stedelijk Museum. Toch ging de wissel gewoon door.
Op 10 november 1994 was het zover: in het gebouw aan de Houttil opende het nieuwe PTT-hoofdpostkantoor. Er waren open balies in plaats van de klassieke loketten en een volgnummersysteem, zodat iedereen op zijn beurt geholpen kon worden. Contant geld (op een beperkte hoeveelheid wisselgeld na) lag niet zomaar voor het grijpen. Bezoekers konden daar alleen bij na het invoeren van hun pincode in de aanwezige geldautomaten. Er was een postadviesbalie en een reisbalie. Ook kon je er concertkaartjes kopen, waarvoor je soms in de rij moest staan, beginnend in de Achterstraat. Via het poortje naar de rijwielstalling en het open binnenterrein kwam je dan het postkantoor binnen. Dit binnenterrein werd ook gebruikt voor het stallen van de postkarretjes voor de postbodes. Geld pinnen kon buiten, op de plek waar eerder de toegangsdeur naar de directiekamer en de trap naar de conciërgewoning zat.
Niet iedereen was blij met dit nieuwe postkantoor. Het was moeilijk toegankelijk voor mensen die slecht ter been waren en de bereikbaarheid liet ook te wensen over. Al in 1998 keek de PTT dan ook uit naar een betere locatie. Locaties onder het nieuwe stadskantoor of naast het politiebureau werden overwogen, maar uiteindelijk kwam er geen verhuizing.
De eigenaar van het gebouw waarin het postkantoor gevestigd was, bleef na 1994 de ABN AMRO. Dat veranderde in 2001, toen het pand in de verkoop ging. De post zou niet verhuizen, maar een nieuwe eigenaar kreeg het postkantoor er als huurder bij. De PTT zag namelijk nog geen reden om te vertrekken. Wel waren veranderingen in de postmarkt merkbaar, en kleinere postagentschappen begonnen taken van hoofdpostkantoor steeds meer over te nemen. Het kantoor aan de Houttil sloot uiteindelijk toch zijn deuren aan het eind van de jaren nul.
Van sushi naar...
De volgende bewoner van het oorspronkelijke De Bank van Wisselink-pand werd in 2011 het Japanse restaurant Motto Sushi. Op de bovenetages werden appartementen gerealiseerd. Van de oorspronkelijke bankindeling was inmiddels niets meer terug te zien: de ondergrondse kluis was niet langer toegankelijk, kozijnen waren vernieuwd en de binnentrap naar de bovenverdieping was gesloopt. Wel kon je er heerlijk sushi eten.
Ook dat tijdperk kwam in 2022 ten einde, na het faillissement van Motto. Daarna stond het pand lange tijd leeg, totdat de eigenaar, de Segesta Groep, het liet verbouwen. De binnenkant werd onder andere volledig gestript, het plafond werd teruggebracht naar de oorspronkelijke hoogte (5 meter!) en aan de voorkant kwamen grote nieuwe raampartijen. Deze kunnen volledig worden geopend, zodat er aan de straatkant een terras ontstaat. Ook werd een deel van de vloer verlaagd om een betere aansluiting op het straatniveau te krijgen.
Bijzonder is dat men de ondergrondse kluis weer zichtbaar en toegankelijk heeft gemaakt. De ruimte waar oorspronkelijke de vier knipcabines stonden is echter dichtgemetseld.
En zo gaat in 2026 de plek waar ooit coupons werden geknipt, geld werd opgenomen, postzegels en concertkaartjes werden verkocht en waar je nigiri met stokjes kon eten, een nieuwe toekomst tegemoet. Een toekomst waarin geld misschien niet langer de hoofdrol speelt, maar waar bezoekers nog altijd samenkomen om te ontspannen, onder het genot van een hapje en een drankje.
Bekijk hier meer foto's van het pand in 2026.
Door Mark Alphenaar
Regionaal Archief Alkmaar
18-6-2026
LET OP: niks uit deze blog mag zonder toestemming van de auteur worden overgenomen.
Met dank aan de Segesta Groep voor het mogen filmen en fotograferen in het gebouw aan de Houttil 6.