Sinds oktober 2010 is kraken in Nederland verboden. Dat is lange tijd anders geweest. Ons land kende een bloeiende kraakbeweging en iedere Nederlandse stad had wel een of meer krakersbolwerken. Hoewel het bewonen van verlaten panden zonder afspraak met de eigenaar altijd al wel voorkwam, is het min of meer georganiseerde kraken een heel wat recenter fenomeen. De eerste kraakacties in Nederland vonden in 1964 plaats in Amsterdam. De eerste Alkmaarse kraakactie staat op naam van Jan van Twuyver die in april 1970 samen met zijn vrouw een leegstaand huis in de Doelenstraat betrok, nadat ze daarvoor enkele maanden in sloopauto’s en in een kelder hadden gewoond.
Jan was aangesloten bij de Alkmaarse Kaasbouters, die in navolging van de Amsterdamse Kabouters in Alkmaar tal van ludieke en maatschappijkritische acties organiseerden. Ook kraken hoorde daarbij. Het echtpaar Van Twuyver werd al na enkele uren weer uit de woning gezet. Maar al snel volgden nieuwe kraakacties. Nog in dezelfde maand werden panden in de Oudegracht gekraakt. Opnieuw was het echtpaar Van Twuyver een van de krakers. De panden waren eigendom van de gemeente en stonden op nominatie om gesloopt te worden. Loco-burgemeester De Zeeuw ging meteen over tot ontruiming. Werknemers van de afdeling Openbare Werken werden daarbij ingezet. ‘Als je dit toelaat, dan blijf je aan de gang. Het eind is zoek en je komt nooit meer aan slopen toe’ aldus De Zeeuw. Wel werd het echtpaar Van Twuiver ontzien: ze mochten er nog een tijdje blijven wonen. Naar aanleiding van deze kraakacties publiceerden de Kaasbouters een ‘open brief’ aan de gemeente waarin ze vroegen om meer ‘gezelligheid’ in de samenleving en verklaarden dat ze als ‘Oranje Vrijstaat’ aan kabouter Van Twuiver de door hem gekraakte woning aan de Oudegracht hadden toegewezen.
De Kaasbouters bleven actief. Kaboutergroepen in het hele land hadden 5 mei 1970 uitgeroepen tot ‘nationale kraakdag’. In Alkmaar kraakten de Kaasbouters op die dag het voormalig kantoor en woonhuis van advocaat Schenkeveld aan de Oudegracht. De politie, die in verhoogde staat van paraatheid was gebracht, zette ze twee uur later al weer uit het pand. Succesvoller was een volgende kraak in augustus van hetzelfde jaar. Om de van ver gekomen bezoekers van een Provadya?-popfestival in het Gulden Vlies slaapruimte te bieden, kraakten de Kaasbouters het Uniegebouw in de Koorstraat en – opnieuw - het voormalig advocatenkantoor Schenkeveld aan de Oudegracht. Het Uniegebouw werd meteen ontruimd.
Aan de Oudegracht hadden de krakers deze keer meer geluk. De politie liet ze ongemoeid. In het ruime pand aan de Oudegracht 221 werd een jeugdhotel ingericht onder de fraaie naam ‘Oranje Hotelleke’. Een spandoek aan de gevel maakte jeugdige bezoekers van Alkmaar er op attent dat men in het 18 kamers tellende pand voor iets meer dan 3 gulden per dag kon overnachten en eten. De kamers waren versierd met affiches van popgroepen en revolutionaire leuzen. Kaasbouter Ed Brasz, voorheen banketbakker, fungeerde als hotelier. Het hotel moest ‘schoon en clean’ blijven, verklaarde hij tegenover nieuwsgierige journalisten. Met clean werd bedoeld: drugsvrij. ‘Er zijn al verschillende handelaren aan de deur geweest, maar ik heb ze direct weggestuurd’, deelde Ed de journalisten mee en voegde er aan toe: ‘De volgende gaat onherroepelijk de Oudegracht in’. Het nieuwe hotel stroomde al spoedig vol met gasten uit alle windstreken. Ondertussen zat de eigenaar van het pand, mr. S.D. Sluis te Bergen, niet stil. Hij vroeg bij de Alkmaarse gemeentepolitie om ontruiming. Commissaris Waardenburg had zojuist nieuwe richtlijnen ontvangen hoe met kraakacties om te gaan. Als panden te huur of te koop stonden dan mochten krakers er niet in en konden ze ook zonder pardon eruit worden gegooid. In overleg met de officier van justitie en loco-burgemeester De Zeeuw werd besloten tot ontruiming. Die verliep vervolgens vrij rustig. Wel moesten de laatste drie bewoners, waaronder hotelier Brasz, uit het pand gedragen worden.
Ook in de jaren na 1970 bleef het kraken in Alkmaar populair. Als een groot gebouw leeg kwam te staan, stonden meestal de krakers al klaar om er in te trekken. Het meest tot de verbeelding sprak de kraak in 1983 van het gebouw van de voormalige Raad van Arbeid op de hoek Helderseweg - Geestersingel. Tot de sloop in 2007 was het gebouw in handen van een groep krakers die zich ‘De Raad’ noemden en er niet alleen woonden, maar ook allerlei culturele activiteiten ontplooiden.
(Aanvulling 2026) Maar ook muziek- en jongerencentrum Parkhof mag niet onvermeld blijven in dit verhaal. Eerst een IJkantoor in het Victoriepark, daarna een school en vervolgens in 1980 gekraakt. Tot 2008 een plek voor krakers, muziekliefhebbers, punkers, anarchisten en muzikanten. Een nieuw boek, De Slag om Parkhof – Hoe punk Alkmaar veroverde, geeft een kijkje in de punkerjaren van deze plek.
Door Harry de Raad geschreven in 2017.
Regionaal Archief Alkmaar