Een nachtegaal brengt prachtige geluiden voort en is tijdloos. Een architectonische stijl kan echter niet altijd de tand des tijds doorstaan. Dat zien we ook ook op de hoek van Geestersingel en Geesterweg in Alkmaar. Waar ooit een opvallend fraai en geliefd hotel stond, staat nu volgens velen ‘architectonische smerigheid’ en ‘lelijkheid’ uit eind jaren tachtig.
Ons verhaal begint tegen het einde van de zeventiende eeuw. Net buiten de Bergerpoort en langs de Geesterweg richting Bergen begonnen grote landerijen langzaam plaats te maken voor kleinschalige moes- en pleziertuinen. En op landkaarten uit die tijd zien we bij die tuinen bebouwing verschijnen. Zo ook op de hoek van de Geesterweg en de Geestersingel. Net buiten de stadspoorten werd er vaker gebouwd en daar ontstonden ook herbergen: onderkomens waar reizigers konden eten, drinken en hun paard stallen, soms met een stukje grond voor onder andere koeien. Ook waren kolfbanen vaak bij of in een herberg te vinden. Al deze elementen zijn aanwezig als we een van de eerste geschreven sporen bekijken van herberg De Nachtegaal. Zo lezen we in de Alkmaarsche Courant van 1811 al over een kolfwedstrijd ‘met extra mooye prys’ in De Nachtegaal net buiten de Geesterpoort (zoals de Bergerpoort ook werd genoemd).
Het was vroeger gebruikelijk dat in openbare gelegenheden allerlei verkopen plaatsvonden. Ook de kastelein van De Nachtegaal, Jan van het Rief, verkocht er in 1826 en latere jaren allerlei soorten hout dat van zijn erf kwam. In 1842 was de herberg inmiddels in handen van dhr. Tiesing. Hij organiseerde dat jaar een kolfwedstrijd waarbij een zilveren inktkoker en snuifdoos tot de prijzen behoorden. Tiesing was nog kastelein van De Nachtegaal tot 1864, het jaar dat De Nachtegaal openbaar werd verkocht. In de krant lezen we dat de herberg bestond uit wagenhuis, stalling, een erf én een overdekte kolfbaan. Op een kaart van 1865 zien we inderdaad dat het gebouw een langwerpige uitbouw heeft, de kolfzaal.
Tapbier en enorm zonnescherm
De Nachtegaal wisselde na de verkoop nog enkele keren van eigenaar. In mei 1876 was dhr. T. Harp de uitbater geworden. Bij het overnemen van het etablissement beloofde hij de in onbruik geraakte kolfbaan weer in ere te herstellen. De opening vierde men enkele maanden later met een tweedaags dansfestijn. De zaken leken goed te lopen en herberg De Nachtegaal werd regelmatig in de krant genoemd als plek voor openbare verkopen, veilingen en dansavonden. Aan het einde van de negentiende eeuw was De Nachtegaal weer in andere handen overgegaan. Ditmaal was in die van dhr. H. van der Sleesen en hij adverteerde er flink op los in de Alkmaarse adresboeken. Het café-restaurant werd als een prachtig gelegen plek in de Bergerhout gepromoot. Je kon er de hele dag eten, er was een ruime en veilige bergplaats voor rijwielen, een kolfbaan, stallen voor paarden en de haltes van de paardentram en de ‘omnibus-tram’ waren dichtbij. Een ander punt dat veel aandacht kreeg was ‘Bieren volgens de nieuwste vinding aan de pomp met koolzuurdruk’, oftewel bier van de tap.
Een klacht die men bij De Nachtegaal wel te horen kreeg was dat de zon zo hinderlijk op het terras scheen. In 1901 kwam er daarom een enorm zonnescherm van maar liefst 2,75 bij veertien meter. Twee jaar later onderging het gebouw daarnaast een grote verbouwing. Er kwam een complete verdieping bovenop en het interieur werd flink verbouwd. De Nachtegaal was nu officieel ook een hotel geworden. De Alkmaarsche Courant berichtte er in 1904 uitgebreid over. Met lof werd geschreven over de koffiekamer met biljart, de keurige eetzaal, fraaie tuin en ruime logeerkamers voorzien van elektriciteit. De volgende zestien jaar was De Nachtegaal een van de bekendste hotel-restaurants van Alkmaar. Het werd door velen van binnen en buiten de stad bezocht. Ook werden er regelmatig openbare veilingen gehouden van allerlei goederen en huizen. De in 1910 opgerichte ijsvereniging ‘De Quint’ ging er zelfs zijn algemene vergaderingen houden.
Maar De Nachtegaal zou geen eeuwig leven hebben. We lezen in de krant van 1920 dat het hotel te koop stond en voor 66.500 gulden onderhands werd gekocht. De nieuwe eigenaar, dhr. Gerritsen Plaggert, organiseerde en faciliteerde nog regelmatig samenkomsten. Van schaakwedstrijden tot openbare verkopen en van vergaderingen tot demonstraties van radio’s. Toch verkocht Gerritsen in 1925 de zaak met verlies terug aan de vorige eigenaar, dhr. Van der Sleesen. Die het op zijn beurt datzelfde jaar verkocht aan een grossier in glas, porselein en huishoudelijke artikelen. Dit werd meteen het einde van hotel De Nachtegaal. De hele inboedel ging in de verkoop, waaronder vloerkleden, meubelen, een vleessnijmachine, een piano, zilveren Gero-bestek en twintig bedden.
Nieuwe bewoners
Na de sluiting van het hotel werd het pand een opslag en winkelruimte voor Importhuis Germania. De gevel veranderde niet, zelfs het ‘Hotel De Nachtegaal’ bleef nog een tijd op de gevel staan. Germania hield het lang vol, tot eind jaren vijftig. Hierna stond men op het punt het gebouw te slopen en er een bioscoop neer te zetten. Interessant is om te zien dat zeker tot in de jaren zestig vaak werd gesproken over het ‘voormalige hotel De Nachtegaal’. Ondanks dat het al bijna veertig jaar geen hotel meer was.
De dertig laatste jaren van het gebouw werden gekenmerkt door bewoners als de B.V.A.B. (Bedrijfsvereniging voor Agrarisch Bedrijf), confectiefabriek Boekman en Zoon en de Peregrinusstichting. Die laatste was een organisatie die de belangen behartigde van Spaanse en Italiaanse arbeidsmigranten, van wie velen werkten bij de Hoogovens en woonden in het ‘Casa Arosa’ wooncomplex in de wijk De Hoef.
Eind jaren tachtig was het gebouw er slecht aan toe en werden plannen voor sloop gemaakt. Ervoor in de plaats zouden winkels en appartementen komen. Dit ging niet zonder slag of stoot. Diverse plannen passeerden de revue en het kritische oog van de buurtbewoners. Uiteindelijk kwam de gemeente samen met Architectengroep Breed Treffers Wever met een ontwerp.
Negen appartementen en een penthouse van maar liefst 465.000 gulden op de bovenste verdieping. Waar ooit de kolfbaan had gelegen kwam een parkeerterrein met garageboxen voor bewoners. Het geheel kreeg de naam ‘Residentie Bergerpoort’. In 1991 kregen bewoners de sleutel. De architectonische stijl is echt van eind jaren tachtig. Veel lof kan het tegenwoordig dan ook niet ontvangen en het enige wat nog herinnert aan De Nachtegaal is een aantal vergeelde ingelijste foto’s bij de entree voor de bewoners.
Door Mark Alphenaar
Regionaal Archief Alkmaar