De Bergertunnel

In de jaren twintig vervaardigde de invloedrijke architect en stedenbouwkundige Hendrik Petrus Berlage (1856-1934) een ontwerp voor de uitbreidingswijk Alkmaar-West. Om de wijk te ontsluiten projecteerde hij een tunnel onder de spoorwegovergang van de Bergerweg (en zelfs nog een in het verlengde van de Lindenlaan). De bouw van een tunnel strandde op de kosten. In de jaren vijftig kwamen de plannen van Berlage weer boven water.

De herhaaldelijk gesloten spoorbomen bij de spoorwegovergang van de Bergerweg vormden een steeds groter obstakel voor het wegverkeer. Naar idee van het wachtende verkeer bleven de bomen ook onnodig lang dicht; de treinstellen ware

1954 bergertunnelFO1000147  1956 FO1011442 bestektekening

n al lang en breed gepasseerd. Wat dat betreft was het verkeer te voet beter af. De voetgangers maakten gebruik van het smalle, betonnen voetgangerstunneltje aan de zuidzijde van de spoorwegovergang.
De frequentie van de treinenloop ging gepaard met een steeds intensiever auto- en bromfietsverkeer. Het leidde tot opstoppingen - tot soms ver voor het Scharloo! - en veel gemopper. De stad kende al een Brug der Zuchten (de Friesebrug), maar de Berger overgang kon er mee wedijveren. Tegelijkertijd werd wel duidelijk dat haast en snelheid bezig waren zich in de kabbelende maatschappij te nestelen.
De spoorwegovergang vormde een blokkade in het verkeer en voedde het verlangen van burgers en bestuur de stad sneller te kunnen verlaten en een vlotte verbinding naar de kustdorpen Egmond en Bergen tot stand te brengen. In 1953 greep het college van B&W terug op de ideeën van Berlage en presenteerde G.H. Hoytink, wethouder van Openbare Werken, de plannen een tunnel te bouwen onder de Bergerweg. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat legde het gemeentebestuur geen strobreed in de weg. In januari 1955 ging de eerste schop de grond in en op maandag 21 maart 1955 reed de laatste automobilist - de heer G.B. Noordanus uit Alkmaar, directeur van zeepfabriek De Klok - over de spoorwegovergang. De Bergertunnel was een ontwerp van de NS, werd gebouwd door het NV Spoorweg Bouwbedrijf en gefinancierd door de gemeente Alkmaar. De kosten bedroegen anderhalf miljoen gulden.



De tunnel kostte ook slachtoffers. Het eerste slachtoffer was seinhuiswachter H.M.N. Hoole van de Nicolaas Beetskade. Hij verloor zijn baan. De heer Hoole had bijna een leven lang aan de hendels gestaan om de geschaarde hekken te openen en te sluiten. Ook twee panden moesten wijken voor het nieuwe vernuft: de moderne fietsenzaak van de heer D. J. Mulder en café 't Tunneltje van de heer J. Liefting. Het winkel- en woonpand van Liefting was nog redelijk nieuw - het café ’t Tunneltje kende een aanmerkelijk langere historie. Het bier- en koffiehuisje, op de hoek van de Bergerweg en de Wognumse buurt, was het oudste bouwwerk aan de westelijke kant van de stad en jarenlang zelfs het enige huis over de spoorlijn. De herberg met de hagelwitte muren genoot een zekere reputatie als buitenplek en rustplaats voor wandelaars en fietsers op de toeristische routes naar de kuststreek. Door de week nuttigden leerlingen van de Ambachtsschool er hun broodje.

bergertunnel3

In mei 1956 was de bouw al zo ver gevorderd dat de eerste voertuigen de spoorlijn ondergronds konden kruisen. Twee maanden later op zaterdag 28 juli 1956 mocht burgemeester mr. H.J. Wytema de opening verrichten door als eerste met zijn auto - een Citroen DS 19 - door de tunnel te rijden. Het was een opening zonder officieel vertoon (die stond gepland op 8 oktober 1956) maar met een grote publieke belangstelling. De Nederlandse driekleur wapperde, een locomotief passeerde op het moment dat Wytema de tunnel inreed en honderden kinderen hingen aan weerskanten van de tunnel juichend over het hekwerk gebogen. Andere automobilisten gaven van hun aanwezigheid blijk door luid op de claxon te drukken. Zij zouden de stad voortaan zonder hindernissen te kunnen verlaten.
De tunnel onder de Bergerweg bood een oplossing voor het verkeersprobleem maar werd vooral beschouwd als een bouwkundig hoogstandje en zelfs een kunstwerk. Het was een bezienswaardigheid. Kijkers en automobilisten kwamen speciaal naar Alkmaar om door de tunnel te kunnen rijden. Wat dat betreft was het voor de Alkmaarse bevolking proefdraaien. De opening van de Velsertunnel in september 1957 zou werkelijk busladingen kijkers en gebruikers trekken.

Het oude voetgangerstunneltje bestaat nog steeds, maar is nu in gebruik als doorvoer voor riolen en andere leidingen. In 2017 worden de betontegels in het fietspad vervangen door asfalt. Veel van deze tegels liggen er al sinds de opening en zijn over de tijd aangetast door o.a. strooitzout.

Door Jan van Baar

test