De Alkmaarse stadstram

Van paardenvoetjes naar benzinedampen

Aan het begin van de twintigste eeuw was Alkmaar een waar tramknooppunt. De stad was via tramwegen verbonden met Purmerend, Haarlem, Egmond aan Zee, Schagen en Bergen aan Zee. Maar ook binnen de stad reed ooit een tram: de Alkmaarse stadstram.

 Afb. 12 blog Wijnkamp en omnibus  Afb. 1 Omnibus  Afb. 2 Paardentram voor Grote Kerk  Afb. 10 blog tram in Langestraat

Paardenvoetjes

De voorloper van de stadstram was de omnibus. Dat was een wagon die werd voortgetrokken door een paard over een vaste route door de stad, volgens een vaste dienstregeling. Stalhouder Wijnkamp had in 1868 zo’n dienst opgezet, in aansluiting op de treinen die Alkmaar aandeden sinds 1865. Het idee van Wijnkamp werd opgepikt door een groep particulieren, die de Alkmaarse Tramvereniging oprichtte. De nieuwe omnibusdienst reed vanaf 1 oktober 1893, van de Gewelfde Stenenbrug door de Langestraat naar het station.

De omnibus mocht van het stadsbestuur niet over de klinkergedeelten van de straat rijden. Dat hobbelde erg en gaf veel kabaal. Op het verbod werd nauw toegezien. Maar aan het einde van de route, bij de Stenenbrug, kon de tram niet keren zonder de klinkergedeelten te raken. Het gevolg? Wanneer de wagen moest keren, moesten bestuurder en conducteur uitstappen, het paard uitspannen, de wagon draaien en het paard weer inspannen. Het klinkerverbod werd later ingetrokken.

Afb. 6 paardentram en conducteur  Afb. 11 blog laatste rit paardentram  Afb. 9 Route stadstram 1925

In 1894 werd de omnibusdienst omgetoverd tot heuse paardentram—nog steeds een door een paard voortgetrokken wagon, maar nu reed die over rails. Een stuk comfortabeler voor de passagiers. Voor die rails waren nieuwe wagons nodig. Een omnibuswagon werd naar Den Haag gestuurd om klaargemaakt te worden voor een leven op het spoor. Maar toen de omgebouwde wagon per trein onderweg terug naar Alkmaar was, stak er een storm op. Bij Castricum waaide de tram van de open goederenwagon waarop hij werd vervoerd, pardoes de sloot in. De wagen was niet te redden. Maar men gaf niet op! Er werd een nieuwe wagon besteld, die 3 januari 1895 in Alkmaar arriveerde. Diezelfde maand werd de dienst geopend.

Er werd goed gebruik gemaakt van de tram en er werd een tweede wagen aangeschaft. In 1905 werd een tweede lijn geopend waarvoor een nieuwe remise werd gebouwd (op de hoek Kennemerstraatweg/Nieuwpoortslaan) en twee nieuwe trams werden aangeschaft. Bij de Grote Kerk boog nu een spoor af naar de Vierstaten.

Toch dreigde begin jaren twintig het einde voor de tram. Het materieel was verouderd en sinds de Eerste Wereldoorlog was het bijna onmogelijk om paardentrams rendabel te houden vanwege de hoge fourageprijzen. Bovendien hing er concurrentie in de lucht van het volgende nieuwe vervoersmiddel: de autobus. De paardentram reed 22 mei 1923 voor het laatst door de Langestraat. Voor de paarden liep het slecht af, die eindigden bij slager Pels in de Koningstraat. Een van de wagons pronkte voortaan als prieel bij de Molen van Piet. Was dit het einde van de stadstram?

Benzinedampen

Nee. De Alkmaarders behielden hun tram, maar in een andere vorm. Een elektrische tram was geen optie, Alkmaar telde te weinig inwoners om de aanleg van een elektrisch tramnetwerk rendabel te maken. Maar er was een andere oplossing: de paarden werden vervangen door Fordvrachtwagens, voorzien van een nieuwe carrosserie. De tractortram was geboren—en trok bekijks. De Schager Courant schrijft juni 1929 dat de tram eruitzag als een kind van een autobus en tramwagen: “vreemdelingen hebben hun koffertjes op straat neergezet en het met open mond nagekeken als het luid bellend voorbij kwam vliegen.”

Afb. 3 Tractortram bij opening  Afb. 8 Remise Vierstraten

14 juli 1923 reed de tractortram voor het eerst. Maar niet door de Langestraat: de oude rails waren aan vervanging toe en de Alkmaar Packet wilde al tijden een tramverbinding van het station naar de afmeerplaats. Er werd een nieuwe route aangelegd die via de Laat naar de Limmerhoek liep, zodat de stoombootdienst werd verbonden met het station.

De tractortram bleek een hoofdpijndossier. De trams waren bij aanrijdingen betrokken en hadden last van drooglopende kogellagers en lege benzinetanks. In 1925 kon de exploitant voor het eerst een aflossing niet betalen. In maart 1926 dreigde de tram te verdwijnen door geldtekort. De gemeente stak extra subsidie in de tram en hield die zo nog rijdende.

Afb. 4 Autobussen

Een van de oorzaken van het geldtekort zou kunnen liggen in de samenwerking met een reclamebureau dat onbetrouwbaar lijkt te zijn geweest. De tram verdiende normaliter namelijk niet alleen geld aan kaartjes, maar ook door reclame te voeren op de wagens. Maar het reclamebureau dat tussen klanten en tram bemiddelde, bleek meer geld te vragen van klanten dan er met het trambedrijf was afgesproken. Bovendien kwam een deel van de reclamegelden nooit bij de tram aan. Toen het bestuur besloot toch maar eens een afgevaardigde van het reclamebureau naar Alkmaar te halen voor een vergadering, was die afwezig omdat hij “de griep had”. Uiteindelijk werd de samenwerking met het reclamebureau beëindigd, maar er was duidelijk al heel wat schade aangericht.

Desalniettemin waren veel Alkmaarders blij met hun stadstram. Toen de tram failliet dreigde te gaan, werden er handtekeningen ingeleverd bij de gemeente om de tram rijdend te houden. Maar niet alle Alkmaarders waren tevreden. Dat blijkt uit de klachtenbrieven die in het Regionaal Archief worden bewaard. Reizigers klaagden over trams die laat vertrekken en het niet kunnen afsluiten van abonnementen. Een reiziger meldt zelfs “gebrutaliseert” te zijn door een conducteur (die “met zijn rooie gezicht”) nadat hij op de grond had gespuugd – “onbewust natuurlijk”.

Het einde

Afb. 5 Spoorlijn KanaalkadeJuni 1929 werden twee buslijnen geopend in Alkmaar. Dat was de genadeslag. 22 juni zwaaiden Alkmaarders hun tram uit. Volgens de Schager Courant was het wonderlijk dat de tram het zo lang had volgehouden. Pijnlijk genoeg was er de zondag voor de opheffing nog een tram verongelukt, die “de nederlaag kan niet grooter zijn – door een passeerende autobus op sleeptouw moest worden genomen.” De enige tram die nog binnen Alkmaar reed, was de goederentramlijn die sinds 1883 van het station naar de loskade aan het Noordhollands Kanaal reed. Die heeft het tot 1960 volgehouden.

Door Lisette Blokker

test