Lucie Baart, een idealistische Bergenaar

Door weer en wind trok Lucretia Jacoba Baart door Bergen. Ze hing aanplakbiljetten op en verspreidde de rode krant “Het Volk” – tot in de soldatenkantines toe. En als iemand zo’n pamflet van de muur trok? Dan hing ze onverstoorbaar een nieuwe op. Lucie Baart, zoals Lucretia zich liet noemen, woonde tussen 1906 en 1932 in Bergen. Ze moet met haar uitgesproken socialistische, feministische en pacifistische idealen een bekende verschijning zijn geweest.

Jeugd en idealen

Lucie Baart werd 2 april 1850 geboren te Middelburg. Het werd haar en haar drie zussen met de paplepel ingegoten dat meisjes voor zichzelf moesten kunnen zorgen: ze mochten het huwelijk nooit zien als een vorm van broodwinning, trouwen mocht alleen uit liefde. En voor zichzelf zorgen, dat deed Lucie. Als jongvolwassene opende ze een fotoatelier in haar geboortestad. Daarnaast deed ze vertaalwerk (Frans, Duits en Engels) en begon ze te schrijven.

Afb. 1 Lucie Baart aan schrijftafel  Afb. 2 Lucie Baart jong  Afb. 3 Gene zijde Evenaar

De vrouwenbeweging liet Lucie niet ongemoeid. Ze raakte bevriend met feministe Mina Kruseman. Toen ze haar eerste novelle had geschreven, De familie Wollink, stuurde ze die dan ook naar Mina. Mina reageerde als volgt: “Lucie lief! Wat heb je me nu gestuurd?” Ze vond het stuk “te mooi en te goed”, “te geavanceerd voor onze achterlijke tijdschriften” waarin Lucie het wilde publiceren. De tijdschriften weerden Lucies novelle inderdaad, Mina publiceerde het uiteindelijk in haar autobiografie.
In De familie Wollink, en alle teksten van eigen hand die volgden, droeg Lucie de idealen uit die ze in haar jeugd meekreeg: vrouwen moeten voor zichzelf kunnen zorgen en het huwelijk moet draaien om de liefde, niet om broodwinning.

Lucie verkocht in 1880 haar atelier en vertrok naar Groningen om als secretaresse te gaan werken. Daar stopte ze met schrijven en kwam ze in aanraking met een nieuwe ideologie: het socialisme. Na vier jaar in Groningen keerde Lucie terug naar Middelburg, waar ze de pen weer oppakte onder het pseudoniem Mevrouw van Heuvelinck.

De Bergense periode

Lucie verliet Zeeland na de dood van haar moeder in 1896. Ze woonde in Schoorldam, Warmenhuizen en vestigde zich per 11 december 1906 in Bergen. Een van haar zussen was daar het pension Kennemeroord gestart, aan de huidige Breelaan 53. Het ‘kleine boerenhuisje’ aan de Breelaan, waar Lucie woonde totdat ze na de oorlog verhuisde naar de Loudelslaan, werd met haar komst een middelpunt van socialistische propaganda.

Afb. 4 Pension Kennemeroord  Afb. 7 Correspondentie Gerhard  

Lucie was een van de medeoprichtsters van de Bergense afdeling van de S.D.A.P. Iedere zondag kwamen de lokale partijgenoten bij elkaar om te vergaderen en Lucie organiseerde regelmatig voordrachten in haar huisje. Als alle stoelen bezet waren, liet ze stoelen uit het pension van haar zus komen en werden de ramen opengezet zodat het publiek van buitenaf kon meeluisteren.

Haar kennissenkring strekte zich tot buiten haar eigen omgeving uit. Zo correspondeerde Lucie met A.H. Gerhard, een van de oprichters van de S.D.A.P. Op 8 juli 1918 vermeldde ze in een brief aan hem een heugelijk feit. Het passief vrouwenkiesrecht was ingevoerd en er was voor het eerst een vrouw in de Tweede Kamer gekomen: “En Suze Groeneweg gekozen! Heerlijk dat de eerste vrouw in het Parlement een socialistische is.” Een jaar later zouden vrouwen ook actief kiesrecht verwerven – dit jaar honderd jaar gelden.

Afb. 6 Affiche SDAP  Afb. 5 slaapbarak Vinkenkrocht  Oproep vrijlaten deserteurs Schager Crt. 11 dec 1915

De vrouwen- en sociale kwestie hielden Lucie haar leven lang bezig. Ook de pacifistische zaak roerde haar tot actie. Soldaten van oorlogvoerende landen die Nederland binnenkwamen, moesten worden geïnterneerd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Troepen die (deels) in uniform de grens overkwamen, gedeserteerd of niet, werden vastgezet. In Bergen werden Duitse militairen ondergebracht in kamp Vinkenkrocht: zowel gevangengenomen soldaten als deserteurs – de laatsten werden vanaf 1917 in een apart deserteurskamp ondergebracht. Een groepje Bergenaars, waaronder Lucie, pleitte er al in 1915 voor dat deserteurs geen deel meer waren van een oorlogvoerend leger, en daarom vrijgelaten moesten worden. Terugkeren naar hun leger om weer mee te vechten in de oorlog zouden ze niet doen, want op desertie stonden zware straffen. Toch werden de deserteurs maandenlang vastgehouden. Bovendien hing hen uitlevering aan Duitsland boven het hoofd. Lucie en de anderen ondertekenden een oproep om hier verandering in te brengen.

Een aantal jaar voor haar dood kreeg Lucie een ‘attaque’, waardoor ze haar huisje niet meer kon verlaten. Lucie bleef corresponderen, hoewel schrijven haar moeilijk afging. De lokale arbeiders voor wie Lucie zich had ingezet, vergaten haar niet. Ieder jaar op 1 mei trok een stoet, de ‘internationale’ zingend, langs haar woning. De Bergense afdeling van de S.D.A.P. bezorgde haar op die dag altijd rode rozen. Ook kwam de A.J.C. bij haar op bezoek, de jeugdbeweging van de S.D.A.P.

Wanneer Lucie op 3 maart 1932 overlijdt, wordt haar leven in veel kranten herdacht. De Alkmaarsche Courant van 4 maart 1932 beschreef haar als volgt: “Wie met dit kleine, maar energieke en volhardende vrouwtje in aanraking kwam, kreeg bewondering en achting voor haar. Haar socialisme berustte op waarachtige liefde voor de noodlijdenden en die liefde is haar gebleven tot den laatste dag.”

Door Lisette Blokker

 

test