Flats voor gedemobiliseerden in Alkmaar.

Na de bevrijding in Nederland heerste er grote woningnood. Door het oorlogsgeweld waren veel woningen vernield, terwijl in de oorlog nauwelijks werd gebouwd. Het naoorlogse gebrek aan geld, materialen en mankracht hielp ook niet mee. En dat terwijl er in die wederopbouwjaren flink getrouwd werd, met een ‘baby-boom’ als gevolg. Veel jonggehuwden bleven noodgedwongen inwonen bij hun ouders. Ook in Alkmaar was een groot gebrek aan woningen, zo werden er in 1951 slechts 120 woningen gebouwd, terwijl er ruim 1.000 woningzoekenden waren.

Intussen was er de dreigende situatie in Nederlands-Indië. Na de Japanse overheersing brak daar de onafhankelijkheidsoorlog uit, die in 1949 leidde tot de onafhankelijke republiek Indonesië. Nederland kreeg daardoor te maken met de terugkeer van vele (Indische) Nederlanders. Tot 1950 ging het daarbij alleen al om 100.000 burgers en KNIL-militairen, waarvoor dus snel huisvesting nodig was. Steden die deze ‘repatrianten’ en ‘gedemobiliseerden’ uit de Oost opnamen, werden daarvoor vanuit Den Haag ‘beloond’ met de toewijzing van extra woningen. Zo ook in Alkmaar. In de nieuwgebouwde woningen in de wijk Overdie (Hooftstraat, Spieghelstraat en Coornhertkade) vestigden zich begin jaren vijftig vele gezinnen uit het roerige Nederlands-Indië, waaronder de familie Pieters. Een muzikaal gezin met zes zonen en een dochter, waarvan een deel later regionale bekendheid kreeg met hun Indo-rock band The Pieters Brothers.

1. The Pieters Brothers 24 feb 1960 Collectie Boy Pieters 2 FO1002914 1  3 FO1006971

Voor gedemobiliseerde militairen werd in 1949 besloten vijf flatgebouwen te bouwen bij de Willem de Zwijgerlaan. Aan dit besluit ging een heftig raadsdebat vooraf tussen de voor- en tegenstanders van hoogbouw. Onder leiding van burgemeester Wytema wonnen de voorstanders, met als belangrijkste argument de hoge grondprijs, die vroeg om efficiënt grondgebruik. Zo verrezen er flats van vier verdiepingen met in totaal 96 woningen, de eerste ‘hoogbouw’ in Alkmaar. Drie van de straten waar ze aan gelegen zijn (Watermanstraat, Grote Beerstraat en Zuiderkruisstraat) dragen de namen van sterrenbeelden. Maar wat niet veel mensen meer weten, is dat ze eigenlijk zijn vernoemd naar drie troepentransportschepen met dezelfde namen. In die jaren waren ze veel in het nieuws vanwege de reizen die ze maakten tussen Indië en Nederland, volgepakt met militairen en repatrianten.

4 FO1006969  5 FO1006968  steen

De bouw was al aan de gang, toen op 14 september 1950 prins Bernhard naar Alkmaar kwam voor de onthulling van een gevelsteen in een van de flats. Het regende flink, de vlaggen langs de route hingen slap van de regen. Onder een provisorisch afdak werden toespraken gehouden, gefilmd door het Polygoonjournaal. Daar prees de prins, zoals altijd met een witte anjer in het knoopsgat, het initiatief van Alkmaar om 96 woningen (‘waarlijk geen gering aantal’) voor gedemobiliseerden te bouwen. Als voorzitter van de Nationale Demobilisatieraad hoopte hij dat andere gemeenten het voorbeeld zouden volgen en ‘dat onze gedemobiliseerden elkander zullen kunnen toeroepen: “Van Alkmaar begint de Victorie”.’ Onder applaus onthulde de prins de gevelsteen, waarop staat te lezen: ‘Tijdens de bouw van dit complex woningen voor gedemobiliseerden werd deze steen onthuld door Z.K.H. Bernhard, Prins der Nederlanden. 14 September 1950’.


Als afsluiting zongen leerlingen van de Rochdaleschool uit volle borst het Wilhelmus. De prins ging daarna nog op werkbezoek bij de Nederlandse Machinefabriek Alkmaar aan de Voormeer en de orgelfabriek van de firma H. Pels & Zoon aan ’t Wolfspad. Onderweg probeerden vele Alkmaarders en schoolkinderen om een glimp van de populaire prins op te vangen. Er volgde nog een ontvangst op het stadhuis, waar de prins de vele toegestroomde kinderen toewuifde vanaf het bordes. De prins kreeg daar van de burgemeester nog vier zilveren kaasdragertjes voor de prinsesjes aangeboden. “Het was voor Alkmaar een grote dag, welke nog lang in veler herinneringen zal blijven voortleven.’

  FO1006814  FO1006374

Begin maart 1951 betrokken de eerste gedemobiliseerde militairen hun woning. De nieuwe bewoners zullen best blij zijn geweest met hun nieuwe huis, maar na een paar jaar waren er toch ook wel klachten te horen. Het was niet zozeer het gebrek aan ruimte waarover werd geklaagd, maar meer over het gebrek aan buitenlucht, was- en droogruimte en een speelgelegenheid voor de kinderen. De donkere en sombere trappenhuizen en het vele trappenlopen (volle verhuisemmers vier, vijf of zes trappen afzeulen) hielpen ook niet mee, terwijl er na een paar jaar al scheuren in muren en plafonds zaten. Sommige ‘gedeelde’ woningen hadden een keuken van 1,5 bij 1,5 meter zonder raam, alleen een gat in het plafond als ventilatie: ‘Vis bakken doen wij nooit, de lucht blijft weken in huis hangen’. De massieve bouwblokken kregen in de volksmond de bijnaam ‘bunkers’, ze zouden eigenlijk niet in een provinciestad passen.

overzicht

Toch staan, in tegenstelling tot de eerdergenoemde woningen in Overdie, de flats bij de Willem de Zwijgerlaan er nog steeds, bewoond en wel. En de gevelsteen en de straatnamen proberen daar de herinnering aan een stukje naoorlogse geschiedenis levend te houden.

Door Paul Post

test