Brieven van toen

Eeuwenlang was het dé manier om over de lange afstand te communiceren: brieven schrijven. Hoewel veel brieven de loop der eeuwen niet hebben overleefd, zijn er gelukkig ook best veel bewaard gebleven. De depots van het Regionaal Archief herbergen er honderden. Van geleerde Latijnse brieven uit de zestiende eeuw tot humoristische briefjes over overleden kanariepieten de achttiende eeuw. En van correspondentie van Willem van Oranje tot brieven uit de hackerswereld van de jaren tachtig. In deze bijdrage van de Dat was toen hebben twee archiefmedewerkers een greep uit de collectie gedaan, om een topje van de ijsberg te laten zien.

Brieven uit de Oost
Sommige brieven hebben een heuse wereldreis gemaakt voor ze op bestemming arriveerden. De brieven van VOC-kapitein Wollebrand Geleijnszoon zijn daar goede voorbeelden van. Tijdens zijn reizen en stationering in onder meer het huidige Iran en Indonesië verzond hij tientallen brieven naar Alkmaar – vooral naar zijn vriend en handelscompagnon Cornelis Baert. De brieven gaf hij mee aan reizigers die richting de Republiek zouden trekken. Om te zorgen dat de brief ook daadwerkelijk aankwam, kregen die postbodes-avant-la-lettre betaald door de ontvanger van de brieven.

Wollebrands brieven gaan over allerlei onderwerpen. Zo kunnen we lezen dat hij verliefd was op de dochter van Cornelis Baert, Allewijtje. Maar ook dat die liefde niet werd beantwoord: Allewijtje trouwde met een ander. Een blauwtje dat zo’n 400 jaar na dato nog steeds niet is vergeten. Verder lezen we veel over de laatste roddels uit de stad, het gemis van het Alkmaarse bier door Wollebrand en natuurlijk veel handelstransacties.

Ook andere reizigers naar de Oost lieten hun sporen achter op papier. Bijvoorbeeld scheepstimmerman Jacob Valter, die tijdens zijn reis op het schip de Haaksburg een brief aan zijn ‘huisvrouw’ in De Rijp schrijft. Hij vraagt zijn vrouw om een kaas en een rol tabak naar hem op te sturen en informeert naar de gezondheid van familieleden en vrienden. We weten dat Jacob zijn vrouw en kinderen niet meer terug heeft gezien. Hij stierf tijdens zijn reis en keerde niet terug naar de Republiek.

Afb. 3 Brief Wollebrand   Afb. 4 Brief VOC timmerman

Oorlogsbrieven
Ook tijdens de oorlog werd natuurlijk per brief gecommuniceerd. Hoewel papier gedurende de oorlogsjaren vaak schaars was en er vaak sprake was van censuur, lieten mensen zich er niet van weerhouden om in contact te komen met hun familieleden. Zo ook Jean Lafosse, een Belgische soldaat die een poos in Alkmaar woonde, nadat hij in allerlei Nederlandse interneringskampen had gezeten (onder meer Zeist en Rotterdam). Hij onderhield contact met zijn familie en vrienden in België en in Frankrijk. Er wordt informatie uitgewisseld over het verloop van de strijd in Jeans thuisland, de gezondheid van de afzenders en het reilen en zeilen van wederzijdse kennissen tijdens de oorlog.

De Tweede Wereldoorlog heeft ook heel wat sporen op papier achtergelaten. Soms zijn dat hele tragische sporen. Een van de verdrietigste brieven in het Regionaal Archief is een brief die het joodse gezin Drukker verzond vanuit kamp Westerbork. Het document is het laatste teken van leven van het gezin. Vader, moeder en dochter werden vanuit Westerbork op transport gezet naar Theresienstadt en Auschwitz, waar ze alle drie omkwamen. Ook degene aan wie de brief is geadresseerd, Piet Kleibroek, overleefde de oorlog niet. Hij had het gezin op zijn boerderij aan de Westfriesedijk 60 te Warmenhuizen laten onderduiken en werd daarom ook gevangengenomen. Ook hij overleefde de concentratiekampen niet.

Afb. 5 Brief aan Lafosse  Afb. 6 Laatste brief fam. Drukker

De jaren 80, hackers communiceren met elkaar
Wat deed je als je als jonge computerhacker in de jaren 80 met andere gelijkgestemden wilde communiceren? Dan stuurde je een brief (of iets wat daar op leek). Zo ontving Joost Honig uit Sint Pancras, oprichter van de Commodore 64 hackerclub ‘1001 Crew’, vele brieven van hackerclubs uit de hele wereld. Deze varieerden van op matrix printers uitgeprinte, fraai opgestelde brieven met tekeningen tot kleine handgeschreven kriebels ter grootte van een boodschappenlijstje of volgeschreven ansichtkaarten van schaars geklede dames. De strekking was echter vaak hetzelfde: “Hier zijn mijn gekraakte spelletjes, stuur jij die van jou? Oh ja, en ik wil mijn postzegels en diskettes wel terug.” Ook waren er onder meer uitwisselingen van tips over hoe spellen te kraken en verzoeken tot opnemen van de naam van een hackerclub in de ‘greetings-lijst’ in een gekraakt spel van een ander. Bekijk hier alle brieven uit het 1001 Crew archief.

Afb. 1 Electro  Afb. 2 RELAX

Door Mark Alphenaar & Lisette Blokker

 

test