Geschiedenis met een luchtje: de rioolwaterzuivering van Castricum

In de jaren dertig van de vorige eeuw namen in Castricum de klachten over stank en overlast door afvalwater snel toe. De royale verdrievoudiging van de bevolking tussen 1900 en 1938 naar bijna 7.000 inwoners speelde hierbij een grote rol. Het rioolwater uit de groeiende bebouwing werd geloosd in de polderslootjes rond het dorp. In 1938 had het bestuur van de Castricummerpolder genoeg van de ‘onreine stoffen en faecalien’ in het slootwater.

Het sprong in de bres voor de boeren in de polder. Hun vee was op die zelfde slootjes aangewezen om de dorst te lessen. Bij de gemeente wist men ook wel dat het zo niet verder kon en werd gewerkt aan een rioleringsplan inclusief de bouw van een zuivering. In februari 1939 begon aannemer C. de Groot uit Bakkum aan de bouw van een zuiveringsinstallatie aan de Heemstederweg, kosten 56.000 gulden. Hij leverde het werk een jaar later op.
Helemaal opgelost waren de problemen hiermee echter niet. De Castricummer riolering telde diverse overstorten die in werking traden bij stevige regenval. Het riool voerde namelijk zowel het afval- als regenwater af. In de zuivering zelf zat ook nog een klep die automatisch openging als de installatie het niet aan kon. Bij nat weer kregen de poldersloten dus nog steeds een zware dosis smerig water te verduren.

Afb. 1 Dat was toen rioolwater Castricum klein  Afb. 2 Dat was toen rioolwater Castricum klein  Afb. 3 Dat was toen rioolwater Castricum
Het bestuur van de Castricummerpolder had mede hierom liever gezien dat het water uit de zuivering via een pijpleiding in het Alkmaardermeer werd gepompt. Het stelde dan ook strenge eisen aan de kwaliteit van het op de polder geloosde water. De gemeente had hier moeite mee en stapte naar Gedeputeerde Staten (GS). Die poetsten het vuiltje handig weg. De polderverordeningen verboden alleen de lozing van vervuild water. Het ging nu echter normaal gesproken om gezuiverd water en dus had de gemeente helemaal geen vergunning van de polder nodig, aldus GS.
Met dit trucje was het probleem natuurlijk niet opgelost. Na de oorlog liep de verontreiniging in de buurt van de zuiveringsinstallatie totaal uit de hand. Die was berekend op 5.000 personen, terwijl Castricum snel groeide en eind 1956 al ruim 11.000 inwoners telde. Het gevolg was dat doorlopend schuimend, bruisend en naar poep en pies stinkend water in de poldersloten stroomde.

Zieke koeien

Boer C.J. Groen sloeg in 1951 alarm. Zijn koeien hadden last van diarree, vermagerden sterk en gaven nog maar weinig melk. Onderzoek wees sterke bacteriologische verontreiniging van het ‘gezuiverde’ water uit. Bovendien bevatte het zeer veel ammoniak en fosfaat van wasmiddelen. Als drinkwater voor vee werd het bij herhaling afgekeurd. Een Alkmaarse veearts verklaarde zelfs dat de melk van koeien in de buurt van de zuivering niet te vertrouwen was. Boer Groen moest in 1953 vijf wrakke koeien afvoeren. Ook een andere veehouder verloor dat jaar een koe. De gemeente betaalde de getroffen agrariërs in 1954 bijna 6.000 gulden schadevergoeding.

Afb. 4 Dat was toen rioolwater Castricum  Afb. 5 Dat was toen rioolwater Castricum klein  Afb. 6 Dat was toen rioolwater Castricum klein

Het Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater (RIZA) had ondertussen al aangegeven wat er gebeuren moest: uitbreiding van de zuiveringsinstallatie, afvoer van het gezuiverde water naar het Alkmaardermeer en scheiding van de afval- en regenwaterafvoer. Dat was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan en de gemeente volstond voorlopig met een extra nabezinkingsbassin. Verder werd schrikdraad geplaatst langs de meest vervuilde sloten en liet men elektrische brongemalen slaan om zuiver water voor het vee uit de bodem op te pompen.
Helaas moest Groen in de lente van 1960 nog een koe opruimen nadat de zuivering een poos was uitgevallen. Toen werd al een jaar gewerkt aan een grote uitbreiding van de installatie tot een capaciteit van 21.000 inwoners en aanleg van een afvoerleiding naar het Alkmaardermeer, kosten 1,3 miljoen gulden. De nieuwe zuivering werd op 8 september 1960 door Commissaris van de Koningin M.J. Prinsen in bedrijf gesteld door een druk op de knop. Althans dat was de bedoeling. Helaas gebeurde er eerst niets omdat enkele stoppen waren gesprongen.

Op 1 januari 1967 nam het toenmalige Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen de zuiveringstaak in Castricum over. Het duurde echter tot oktober 1976 voordat de gemeente daadwerkelijk het beheer van de zuivering aan het hoogheemraadschap overdroeg. Hierbij werd afgesproken dat het complex na de sluiting van de installatie terug zou gaan naar de gemeente. Dat was toen een kwestie van tijd omdat het hoogheemraadschap werkte aan een plan om Castricum met een persleiding aan te sluiten op de grote rioolwaterzuivering te Beverwijk. Herfst 1981 was de genoemde leiding gereed en ging de oude zuivering aan de Heemstederweg dicht. De gemeente had ondertussen zelf de opnamecapaciteit van het rioolstelsel stevig vergroot. Hierdoor was veel minder vaak sprake van lozingen uit overstorten, die vooral in Bakkum hinder gaven. Opgelost was dit probleem hiermee nog niet, maar de grootste scherpte was er nu wel vanaf.

Door Diederik Aten (historicus bij Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier)

test