Het gezonken fregat Huis te Warmelo

Zoektocht naar bemanningsleden gaat door

Het oorlogsschip Huis te Warmelo had tweehonderd man aan boord toen het in de nacht van 25 augustus 1715 in de Finse Golf voer. Door een harde noordoostelijke wind en regen was het zicht beperkt. Rond middernacht raakte het fregat een rif. Het vuurde drie kanonschoten af als noodsignaal, maar de overige oorlogsschepen uit de vloot waarin het schip voer, begrepen het alarm niet. De vijfendertig meter lange driemaster zonk. Zo’n honderddertig bemanningsleden kwamen om. Het grootste deel van de opvarenden kwam uit Noord-Holland. Bijna een derde was Alkmaarder.

De laatste vaart

De Huis te Warmelo, vernoemd naar een Overijssels kasteel, werd in 1708 gebouwd in opdracht van de Admiraliteit van West-Friesland en het Noorderkwartier. Dat gebeurde in Medemblik – de thuishaven van het fregat.

Afb. 1 Kanon Huis te Warmelo  Afb. 2 Fregat de Ploeg klein  Afb. 3 Brief John Norris

In 1715 vertrok het fregat samen met elf andere oorlogsschepen op zijn laatste vaart. De schepen moesten een vloot van tweehonderd koopvaarders onderweg naar Sint-Petersburg beschermen tegen Zweedse kapers. Zweden en Rusland waren in een oorlog verwikkeld en de Nederlanden hadden vriendschappelijke banden met de Tsaar. De oorlogsschepen moesten zorgen dat de Oostzeehandel, van enorm belang voor de Nederlandse economie, door kon gaan. Bij de Sont voegden zich honderd koopvaarders en twintig Engelse oorlogsschepen bij de groep. Nadat de koopvaarders naar hun verschillende bestemmingen waren begeleid, zetten het Nederlandse fregat en een aantal andere oorlogsschepen eind augustus koers richting Tallinn, om aan de terugreis te beginnen. Toen sloeg het noodlot toe.

De zoektocht

Ten zuiden van de Finse stad Porve werd in 2002 een wrak van een gezonken oorlogsschip gevonden. Niemand wist toen dat het om de Huis te Warmelo ging. De rompconstructie van het gevonden fregat was grotendeels intact. De kanonnen stonden zelfs nog op het bovendek! In 2015 werd het wrak gekoppeld aan gegevens uit Nederland, die werden gevonden door Peter Swart. Een belangrijke aanwijzing was een achttiende-eeuwse zeekaart van het Oostzeegebied, met daarop de tekst ‘Hier is het Noord Hollands Oorlog Schip op gebleven 1715’. De Finse archeologische gegevens werden daarna vergeleken met het scheepsbestek en een jaar later werd bevestigd dat het wrak de Huis te Warmelo moet zijn. De vondst haalde de nationale kranten.

Maar de zoektocht is niet voorbij. Er wordt nog steeds gezocht naar informatie over de opvarenden. Doordat de betaalrol van het fregat bewaard is gebleven, weten we wie er aan boord waren. In de rol werden de uitbetalingen per bemanningslid bijgehouden, met vermelding van naam, herkomstplaats en rang. Aan de hand hiervan is Swart zijn zoektocht naar de bemanningsleden begonnen. Wie waren zij en wat is hun verhaal?

Opvarenden

De zoektocht in de historische bronnen levert soms mooie vondsten op. Maar als we een naam van een bemanningslid terugvinden in de archieven, is het niet altijd zeker of dat inderdaad een opvarende was. Dat geldt bijvoorbeeld voor koksmaat Pieter Pietersz van Damme. Een naamgenoot, een uit Den Haag afkomstige weduwnaar, trouwde 24 december 1702 met Annitje Jans van Leijden. Dat is vermeld in het trouwboek de Alkmaarse Grote Kerk. Zouden de bruidegom en de koksmaat dezelfde man zijn? In hetzelfde trouwboek wordt ook Gerrit Jansz Vrijbuijs vermeld. Hij trouwde 2 augustus 1716, dus na de ramp, met Johanna Anthoniel de Bruijn. Op 28 maart 1718 begraaft Gerrit een dochtertje in Alkmaar. Op het fregat voer een matroos mee met dezelfde naam. Als het om dezelfde man gaat, zou Vrijbuijs een van de mannen zijn die de ramp overleefden.

Over een aantal bemanningsleden kunnen we met meer zekerheid iets zeggen. Over de Alkmaarse kapitein François de Groot bijvoorbeeld. Zijn vader Dirk was een arts uit Enkhuizen. Zijn moeder Catharina was een Alkmaarse, die stierf toen François zeven was. Voordat François kapitein werd van de Huis te Warmelo, werkte hij onder andere in Oost-Indië als VOC-commandeur. In 1715 werd hij op zesendertigjarige leeftijd benoemd tot kapitein-ter-zee. Alkmaar had destijds twee kapiteinsplaatsen bij de West-Friese admiraliteit. Na het ongeluk in de Finse Golf werd de kapiteinsplaats van François vergeven. Alles wijst erop dat François met zijn schip ten onder was gegaan.

Afb. 4 Betaalrol Huis te Warmelo  Afb. 5 Beeld zeebodem  Afb. 6 Bouw marineschip Medemblik

Jan Swart uit Egmond aan Zee en Claas Maartensz Bonefaas uit Alkmaar, beiden aangemonsterd als chirurgijn, zijn ook teruggevonden in de archieven. Swart kwam uit een herbergiersfamilie in Egmond. Hij was getrouwd met Cornelia Langevelt, met wie hij een zoon en dochter kreeg. Het meisje werd een dag na het vertrek van de Huis te Warmelo gedoopt. De tweede chirurgijn, Bonnefaas, ging voor vertrek naar de Latijnse School in Alkmaar. Hij was net negentien toen hij schipbreuk leed. Misschien kende Bonnefaas de tweede schrijver (een soort klerk) van de Huis te Warmelo wel uit zijn schooltijd. Die tweede schrijver was Cornelis Herk, de zoon van de gelijknamige conrector van de Latijnse School. Herk junior is tot 1714 goed te volgen in de Alkmaarse archieven, maar daarna verdwijnt elk spoor. Ook hij kwam waarschijnlijk bij de scheepsramp om het leven.

Extra afb. Trouwinschrijving Vrijbuijs

Door Peter Swart & Lisette Blokker

Benieuwd geworden naar het verhaal van de Huis te Warmelo? Kijk dan op de website van Peter Swart: fregathuistewarmelo.nl. De zoektocht naar informatie over de opvarenden gaat nog steeds door. Wie wil helpen of meer informatie heeft over een bemanningslid, kan contact opnemen via de website.

test