Wilhelmus Reder behoedde de Alkmaarse binnenstad voor kaalslag

Het was bouwkundige Wilhelmus Johannes Reder die in de jaren vijftig van de vorige eeuw de Alkmaarse binnenstad behoedde voor kaalslag en de basis legde voor monumentenzorg in de stad. Bij het stadsbestuur lagen in 1954 plannen klaar voor het dempen van grachten en slopen van gebouwen. Reder voerde een felle strijd en wist het desastreuze project van tafel te krijgen. Hij wordt dan ook wel gezien als de grondlegger van het voormalige bureau Monumentenzorg en Archeologie. En mede dankzij hem heeft Alkmaar nog steeds een sfeervolle binnenstad, met imposante monumenten aan vele grachten.

afb. 1 W.J. Reder 1966  afb. 2 Woonhuis Heiligland 64 klein  afb. 3 Bierkade 10 klein
Reder werd op 13 juli 1906 geboren in Den Haag. Hij kon al op jonge leeftijd prachtig tekenen en bekwaamde zich op eigen gelegenheid in bouwkunde en bouwkunst. Toen hij vijfentwintig jaar oud was, trad hij in dienst van het Rijk. Daar werd hij belast met de algehele restauratie van al in het Muiderslot aanwezige meubilair. Een megaklus die vijftien jaar in beslag zou nemen. Ook zijn daaropvolgende werk lag nog ver van Alkmaar: in Zeeland, waar hij was gevraagd de restauratie van de Onze Lieve Vrouwenkerk op Tholen te leiden. ‘Een toonbeeld van wat zorgvuldige en liefdevolle restauratie vermag’, concludeerde men na voltooiing van het werk.
In 1953 werd Reder in opdracht van de Rijksdienst voor Monumentenzorg belast met de dagelijkse leiding en toezicht op het tekenwerk bij twee ingrijpende restauraties in onze contreien: de dorpskerk van Castricum en de Kapelkerk aan de Laat in Alkmaar.

Reder botste regelmatig met het stadsbestuur, dat een andere visie had op het restaureren van de Alkmaarse binnenstad. In een in de zomer van 1954 ingezonden brief aan de Alkmaarse Courant schreef Reder zijn ongenoegen over het gebrek aan monumentenbeleid in zijn stad van zich af. Het was de tijd dat er nog geen Monumentenwet bestond. Die zou pas in 1961 van kracht worden. ‘Meer waardering voor onze monumenten gevraagd’ luidde de kop boven het artikel. Toen ook rijks- planoloog en hoogleraar Wieger Bruin met steun van het stadsbestuur opteerde om in de Alkmaarse binnenstad grachten te dempen en gebouwen te slopen, vond hij in Reder een geducht tegenstander. De felle strijd over het lot van de binnenstad duurde een jaar, waarbij Reder zich door de Historische Vereniging Alkmaar en wetenschappelijke studies gesteund zag. Het eindigde met het vertrek van de rijksplanoloog. De binnenstad bleef behouden. Na zijn publicaties moest Reder zich melden bij burgemeester H.J. Wytema, die het protest van zijn ambtenaar niet op prijs stelde. Reder gaf als antwoord dat hij was aangesteld om gebouwen te restaureren en niet om ze af te breken. Daarin moest Wytema hem wel gelijk geven. Reder zag de strijd voor het behoud van het in zijn ogen onvervangbare erfgoed als een ‘vanzelfsprekende plicht ten opzichte van onszelf en ons nageslacht’. Hij zou zijn hele leven grote waardering houden voor vakkundige ambachtslieden van restauratiewerken.

afb. 4 Kapelkerk klein  afb. 5 Detail kroonlijst voorgevel Bierkade 10 klein  afb. 6 technische tekening Bierkade 10 klein

Toen Reder op 1 juli 1955 de Kapelkerk had opgeleverd, kwam hij in dienst van de ‘Stichting tot Instandhouding en Restauratie van Monumenten te Alkmaar’. Hij zette vanaf dat moment een stevig eigen stempel op het monumentenbeleid. Zo deinsde hij er in 1958 niet voor terug om op eigen initiatief van het ene op het andere moment de bouw van de Hema aan de Langestraat stil te leggen, nadat resten van een vroege bebouwing in de bouwput waren aangetroffen. Uiteindelijk kwam Reder op 1 januari 1960 bij de gemeente Alkmaar in dienst bij Openbare Werken, waar hij al snel tot hoofdopzichter werd benoemd. Hij zou er tot aan zijn pensioen blijven.

Samen met collega en stadsarcheoloog E.H.P. Cordfunke verrichtte Reder veelvuldig bodemonderzoek. Met restauratiearchitect C.W. Royaards uit Schoorl bedacht hij het plan om historische bouwmaterialen die bij de sloop van gebouwen vrijkwamen, veilig te stellen teneinde ze te gebruiken bij nieuwe restauratiewerkzaamheden. Reder zette van 1960 tot aan zijn pensioen in 1971 in feite zijn eigen bureau Monumentenzorg en Archeologie op. In tien Alkmaarse Jaarboekjes die tussen 1965 en 1975 werden gepubliceerd, verzorgde Reder de rubrieken ‘Stadskernonderzoek’ en ‘Restauratienieuws’. Ook begeleidde hij de restauratie van onder andere: Zevenhuizen 11, Achterdam 31, Sint Annastraat 13, Hofstraat 38, Kooltuin 20, Oudegracht 54, Kennemerstraatweg 5, Bierkade 10 (voormalige bierbrouwerij De Burg), Koorstraat 23, Langestraat 67-78 en Verdronkenoord 65.

Op 1 augustus 1971 ging hij met pensioen. Bij zijn afscheid werden de minutieuze restauraties gememoreerd: ‘Wie dwalend door de ondanks alle verminkingen nog mooie binnenstad getroffen wordt door de schoonheid en harmonie van deze huizen, zal alleen al daarom met waardering denken aan wat de heer Reder als eenzaam ambtenaar van Openbare Werken heeft tot stand gebracht.’

afb. 7 Signatuur  afb. 8 Wapen van Alkmaar  afb. 9 Historische situatieschets

Reder liet prachtig gerestaureerde panden en zeer detaillistische tekeningen na. Hij overleed op 27 september 1995 op negentachtigjarige leeftijd. In de beeldbank van het Regionaal Archief Alkmaar zijn de vele technische tekeningen van Reder tot in detail te bekijken.

Door Annemarie Ettekoven

test