Schat aan stukken over Beleg en Ontzet

Op 8 oktober viert Alkmaar het Ontzet: op die dag in 1573 was de stad na een beleg van zo’n zeven weken bevrijd van het Spaanse leger. De Spanjaarden hadden Alkmaar met geweld willen innemen omdat de stad zich had aangesloten bij de opstand tegen het strenge en katholieke gezag van de Spaanse landsheer, koning Filips II. Een greep uit de schat aan archiefstukken, afbeeldingen, objecten en verhalen die een beeld geven van het Beleg en de herinnering daaraan.

Hulp uit Graft en De Rijp

Brief Oproep Graft en De Rijp

In Alkmaar was al sinds 1572 hard gewerkt aan het moderniseren van de verdedigingswerken. De oude middeleeuwse stadsmuur was niet opgewassen tegen moderne kanonnen. In plaats daarvan kwam er een aarden wal met bolwerken rondom de stad te liggen. Maar toen de Spanjaarden naderden, waren de nieuwe verdedigingswerken nog niet af. Op 17 augustus 1573 stuurde Diederik Sonoy, geuzenleider en bevelhebber over het Noorderkwartier, deze brief aan de bestuurders van Graft en De Rijp. Hij vraagt ze om minstens honderd mannen naar Alkmaar te sturen 'tot scantsgrave’ – om schansen te graven – en te helpen de begonnen fortificatie ‘met aller vlijte’ te ‘volmaecken ende verstarcken’. De brief kwam te laat. Vier dagen later, op 21 augustus, omsingelde het Spaanse leger Alkmaar.

Bron: Regionaal Archief Alkmaar

Spanjaarden bij Oudorp

Schilderij Spaans legerkamp Oudorp

De Spanjaarden, onder leiding van Alva's zoon Don Frederik, vestigden hun hoofdkwartier in Oudorp. Het Spaanse legerkamp, en de aanval op Alkmaar, staan afgebeeld op dit schilderij, dat zo’n dertig jaar na het Beleg geschilderd werd. In de verte ligt Alkmaar. Het is goed te zien dat de oude stadsmuur aan de noordkant (op het schilderij beneden) nog niet is vervangen door de modernere wal met bolwerken. Daarom kozen de Spanjaarden ervoor de stad aan die kant aan te vallen. Na een urenlang bombardement bestormden ze op 18 september 1573 de stad bij de Friese Poort en de Rode Toren, aan de noordoostkant.

Bron: Stedelijk Museum Alkmaar

Noodmunt

Noodmunt

Alkmaar was door de Spanjaarden helemaal afgesloten van de buitenwereld. In de stad ontstond tekort aan van alles. Ook aan gouden en zilveren munten. Terwijl er juist veel geld nodig was voor de oorlog, bijvoorbeeld om de in de stad gelegerde geuzensoldaten te betalen. Die geuzen hielpen met de verdediging van Alkmaar, en de stadsbestuurders hadden hun nieuwe kleren beloofd. Daarom liet het Alkmaarse stadsbestuur noodmunten slaan van goedkoop tin. Deze munt was een daalder waard, vergelijkbaar in waarde met zo’n twintig euro nu. Op de munt staat het wapen van Alkmaar met aan weerszijden een zeven en een drie, voor het jaar waarin de munt is geslagen: 1573.

Bron: Stedelijk Museum Alkmaar

Polsstokbriefje

Polsstokbriefje

Ondanks de staat van beleg wisten geheime boodschappers vanuit Alkmaar door de Spaanse linies heen te glippen om brieven naar geuzenbevelhebber Diederik Sonoy in Schagen te smokkelen. Dit briefje bevat een noodkreet aan Sonoy. Het is, hier aan de achterkant, ondertekend door onder meer Jacob Cabeliau, die namens de geuzen bevelhebber in Alkmaar was, en de Alkmaarse burgemeester Floris van Teijlingen. ‘Wij zijn zeer verwondert dat u Edele ons geen ontset en doet nae uwen beloften’ begonnen zij de brief: ‘Wij zijn erg verbaasd dat u ons niet komt bevrijden, zoals u beloofd had.’ Ze vragen Sonoy snel óf soldaten te sturen óf de dijken door te steken om Alkmaar te bevrijden. Het briefje is heel klein. Misschien heeft het wel opgerold verborgen gezeten in de polsstok waarmee de boodschapper over sloten sprong.

Bron: Regionaal Archief Alkmaar
Lees ook: de polsstokjes in begrijpelijk Nederlands.

Trijn Rembrands

illustratie Trijn Rembrands

18 september 1573, de dag dat de Spanjaarden de stad aanvielen, was de ‘bangste dag’ van het Beleg. Ooggetuigen beschrijven hoe de Alkmaarders dapper standhielden tijdens de Spaanse bestorming. Ook vrouwen en kinderen hielpen mee met de verdediging. Later ontstond het verhaal over de heldhaftige jonge vrouw Trijn Rembrands. Dit is de titelpagina van een historische roman uit 1835 over Trijn, oftewel Catharina Rembrands, geschreven door de Alkmaarse schrijver Jan Krabbendam. Op de illustratie is te zien hoe Trijn een Spaanse vaandeldrager, die langs de verdediging was gekomen, neersteekt met de stok van zijn eigen vaandel. Met haar tanden scheurt ze het vaandel aan stukken. Of Trijn echt heeft bestaan en meegevochten heeft tegen de Spanjaarden is lang niet zeker.

Bronvermelding: Regionaal Archief Alkmaar

Feest op 8 oktober

Optocht op 8 oktober

Geuzenleider Diederik Sonoy gaf uiteindelijk gehoor aan de smeekbeden van de Alkmaarders. Hij liet sluizen openen en dijken doorsteken, zodat het land ten noorden van Alkmaar onder water kwam te staan. Voor de boeren in de omgeving was het een ramp. Maar ook voor de Spanjaarden, die op sommige plekken tot hun middel in het water stonden en hun zware kanonnen zagen wegzakken in de modder. Op 8 oktober 1573 trok het Spaanse leger weg. Dat werd al gauw elk jaar herdacht. Vooral vanaf de negentiende eeuw – de tijd van het nationalisme – werd het een groot feest. Deze foto toont een feestelijke optocht van meisjes met een grote strik in hun haar op het Hofplein, op 8 oktober 1925. De kinderoptocht is nog steeds een van de hoogtepunten van de viering van 8 oktober.

Bron: Regionaal Archief Alkmaar

Nog meer bronnen bij GeschiedenisLokaal

Deze, en nog veel meer archiefstukken, afbeeldingen en objecten die het verhaal van het Beleg en Ontzet van Alkmaar vertellen zijn nu verzameld op het educatieve platform van het Regionaal Archief, GeschiedenisLokaal. GeschiedenisLokaal maakt lokale bronnen digitaal toegankelijk en brengt ze tot leven in de context van verschillende thema’s, voor scholieren – en voor alle andere geïnteresseerden.

Door Mariëlle Hageman

 

test