Een wildgroei aan sinten

Ze weet het nog goed. Het was ergens midden jaren zestig en er was nog niet zo lang een tv in huis. Op die tv volgde ze de intocht van de sint nauwgezet. En terwijl op het beeldscherm de goedheiligman van zijn stoomboot stapte, zag ze door het raam, buiten op straat, Sinterklaas óók voorbijkomen! De moeder van onze collega Marja had iets uit te leggen. De sinterklaas op straat was natuurlijk een hulpsint, want de echte sint kon niet overal tegelijk zijn. Marja was niet het enige Alkmaarse kind dat in verwarring werd gebracht doordat ze meerdere sinten tegelijk zag. En Marja's moeder niet de enige ouder die het even benauwd had.

Meerdere sinten in één oogopslag

Het verschijnsel ‘meerdere sinten in één oogopslag’ was een probleem dat de gemoederen in Alkmaar al een poosje bezighield. Sint-Nicolaas had sinds 1907 zijn eigen intocht in Alkmaar. Daarnaast verschenen hij, de pieten en de hulpsinten op nog veel meer locaties. In de wijken, op verenigingen en scholen, in winkels en in huizen.
In 1946 ontving het college van Burgemeesters en Wethouders een brief van een Alkmaarse ouderraad. De ouders hadden vastgesteld dat “reeds enkele weken voor 5 December een Sint-Nicolaas in de stad verscheen, als reclame-object voor een onderneming.” Sinterklaas was zelfs ná 5 december in een rijtuig in de stad gespot. Er werden dus hulpsinten ingezet voor commerciële doeleinden, met een wildgroei aan sinten tot gevolg. En dat bracht de kinderen verwarring en onrust, wat ook voor het onderwijs en ouders vervelend was.

Intocht ca. 1840  Sint 1908 bezoek bewaarschool

De klacht werd voorgelegd aan de gemeenteraad en de gemeentepolitie. De politiecommissaris schreef dat de ouders zelf ook bijdroegen aan de verwarring. Bijna iedere buurtvereniging had een sinterklaasfeest. Ouders namen hun kinderen ook nog eens mee naar de “zitting” van een goedheiligman in een lokale winkel. Als klap op de vuurpijl werd er dan ook een sint thuis uitgenodigd. De commissaris liet weten dat hij het goed zou vinden als Sinterklaas zich alleen met toestemming van de gemeente op de openbare weg mocht bevinden.

   Sint 1923

En zo geschiedde. Op 20 juni 1951 besloot de gemeenteraad dat niemand zich (geheel of gedeeltelijk) als sint of piet mocht vermommen zonder toestemming van het college van Burgemeester en Wethouders. Althans, niet “in voor het publiek toegankelijke lokaliteiten, tenten, andere ruimten of terreinen, met inbegrip van winkels, warenhuizen en magazijnen – of zichtbaar zich bevinden in of op een wagen, rijtuig, motorrijtuig of schip of ander vervoersmiddel.”

Sint en piet voor het gerecht

Niet iedereen hield zich aan de verordening. Winkeliers haalden graag een sint of piet naar hun winkel om klandizie te trekken. Een bekend warenhuis overtrad de verordening in 1951, wat de lokaliteit op een boete van maar liefst zes gulden kwam te staan (of een hechtenis van drie dagen voor de winkelchef). In 1968 was het weer raak: een ondernemer in het Hoefplan had een personeelslid als piet op laten treden, zonder vergunning. Dit keer stak de arrondissementsrechtbank een stokje voor de veroordeling. Niet omdat de gemeente het aantal sinten en pieten niet mocht reguleren; het college van Burgemeesters en Wethouders was de uitvoerende instantie van de verordening, terwijl alleen de burgemeester die bevoegdheid had. De ondernemer kwam er zonder straf vanaf en het gemeentebestuur paste de verordening aan.

Sint en Wytema

De kwestie van de wijksinten

Maar hiermee was de kous nog niet af. Sint mocht zich nog steeds alleen met gemeentelijke toestemming op straat vertonen. Inmiddels was ook de ‘Stichting Intocht Sint-Nicolaas’ opgericht, die meebepaalde welke Sinterklaas toestemming kreeg én die de garderobe van de goedheiligman beheerde.

In 1975 kregen de wijkverenigingen Overdie, Bloemwijk en Bergerhof geen vergunning voor het organiseren van hun sinterklaasfeesten, terwijl de organisatie rond was en er al kosten waren gemaakt. Een woordvoerder van de wijkverenigingen had er geen goed woord voor over: “Wat voor belang heeft zo'n zogenaamd officiële St. Nicolaas-stichting er nou bij onze kinderen een eigen feest door de neus te boren?” En in een brief aan B&W schreven ze: “Het is toch wel droevig dat de feestelijkheden rond vijf december, die toch bij uitstek kinderfeesten zijn, door tegenstrijdige belangen van diverse groeperingen dreigt te belanden in de politieke sfeer.”

Advertentie Sint V en D  Drukte Laat ca. 1980

Dit alles drukte de pret van de Alkmaarse kinderen niet. De ‘officiële’ intocht in de binnenstad werd een groot succes, met publiek van soms zes of zeven rijen dik. Maar Burgemeester De Wit was niet blij met alle commotie. In een vergadering van de commissie juridische zaken liet hij weten dat het wat hem betreft in orde was als de wijksint, die incognito aanwezig was bij de vergadering, Overdie bezocht. “Maar beseft u allemaal wel dat u als ouders een slechte beurt maakt als u over dit feest ruzie maakt,” zei hij erbij.

Intocht 1983

Commotie rond het sinterklaasfeest lijkt dus al decennialang een traditie te zijn. De afgelopen jaren gaat het vooral om het uiterlijk van de pieten – een discussie die overigens niet nieuw is, want al bij het afscheid van de Alkmaarse sint Hedde van Amstel de Vries in 1982 werd geschreven over verzet tegen het uiterlijk en de rol van de pieten. Eerder waren het vooral de hulpsinten die ter discussie stonden. Anno 2021 loste de goedheiligman het ‘wijkenprobleem’ op door vanuit het centrum via Overstad naar De Mare en De Hoef te reizen. Overdie en Bergerhof werden twee weken later vereerd met een eigen bezoek. Sint is de kwaadste niet.

Door Lisette Blokker

 

test