Blik op het Verleden | Het Archief blogt

Brieven van toen

04 november 2019

Eeuwenlang was het dé manier om over de lange afstand te communiceren: brieven schrijven. Hoewel veel brieven de loop der eeuwen niet hebben overleefd, zijn er gelukkig ook best veel bewaard gebleven. De depots van het Regionaal Archief herbergen er honderden. Van geleerde Latijnse brieven uit de zestiende eeuw tot humoristische briefjes over overleden kanariepieten de achttiende eeuw. En van correspondentie van Willem van Oranje tot brieven uit de hackerswereld van de jaren tachtig. In deze bijdrage van de Dat was toen hebben twee archiefmedewerkers een greep uit de collectie gedaan, om een topje van de ijsberg te laten zien.

Schaatsen op plastic en skiën op borstels

28 oktober 2019

Borstelfabriek TEBA in Heerhugowaard

Het verhaal begint ergens rond 1919 in het borstelfabriekje van Cornelis Bots in de Alkmaarse Herenstraat. Hij maakte daar al jaren kwasten en borstels, met als specialiteit de ‘prima Engelsche Straatbezem’. Zijn achterbuurman J. Groot had in zijn machinefabriekje aan de Kooltuin een ‘melkbussen-reinigingsmachine’ uitgevonden, waarvoor Bots de borstels leverde. Melk werd in melkbussen vervoerd en de bussen werden dagelijks grondig met de hand gereinigd. Door de uitvinding van Groot werd dit arbeidsintensieve en zware werk een stuk makkelijker. Bots was blijkbaar de zakelijkste van de twee, want hij nam de verkoop van de machines voor zijn rekening.

Een ‘waarlijk fantastisch stratenbeeld’

18 oktober 2019

Alkmaar in feeststemming: koninklijk bezoek 1920

Er heerste een feeststemming in Alkmaar. Straten waren versierd met kleurrijke vaandels, slingers en banieren. Alle lampjes (en kaarsen) in de stad leken aangestoken, zelfs de boten op de grachten en singel waren ermee versierd, en overal prijkte de Nederlandse driekleur. Ook de Molen van Piet was erin gehuld. De Alkmaarders, jong en oud, droegen hun beste kloffie en overal op straat klonk gezang en muziek. Vooral ’s avonds, toen overal de lichten ontstoken waren, toonde de stad volgens de Alkmaarsche Courant een “waarlijk fantastisch stratenbeeld” en “hosten en dansten vroolijke groepen in het schijnsel van veelkleurige lampions of het sterke licht van in dennengroen gevatte electrische lampen”.